Gomer voor den Sabbath - pagina 55
„IK ZAL ZE LOUTEREN."
51
kinderen goede en booze zijn, dan leggen wij de kastijdende hand het meest aan de booze aan, en zijn voor de goede het meest verschoonend. Maar zoo doet God de Heere niet. Voor zijn doen is de metaalgieter zinbeeld. Als de metaalgieter in eenzelfden ertsklomp koper en goud, of lood en zilver saamgeaiengd vindt, en hij scheidt het edel en het onedel metaal, dan zet hij al de kracht van zijn louteren niet op het lood, noch ook op het koper, maar op het zilver en \i€lgoud. En zoo nu doet God de Heere ook. Als ook Hij in het éene erts van ons menschelijk geslacht het en hij scheidt die ede' en het onedel metaal vermengd vindt beiden af, dan schijnt het soms, als had Hij met die ^ö<?2;<?i'i gansch geen bemoeiing maar die goeden loutert Hij zooals de smelter het zilver in zijn smeltkroes loutert, op het allernauwkeurigst, tot zevenmaal. En dan lachen de boozen en pochen op hun voorspoed, en die kinderen Gods in de smeltkroes weenen van weedom des harten. En zelfs Asaf verstaat het niet, en was bijna uitgegleden, ziende den voorspoed der goddeloozen. Maar ook bij dien angst houdt de Heere zich niet op. Hij gaat door, altoos door met het heilig louteringsproces, dat zijn kinderen doorloopen moeten. En dan treft en wondt Hij den een in zijn gekrenkte positie onder menschen een ander in zijn kleinere gaven; een derde in zijn welstand en gezondheid; een vierde in de mislukking van wat hij ondernam; een vijfde in een kind, dat hem ontnomen wierd of, schrikkelijker nog, in een kind, dat hem verdriet doet. o Dat louteren Gods kan soms zoo ontzettend diep gaan Maar, hoe dan ook zijn kinderen weenen. Hij gaat door. Zijn zilver moet zuiver worden. Het moet eens in den vollen glans van het heerlijk metaal blinken. Zijn kinderen zijn kinderen, die niet liegen mogen. Er moet uitkomen, wat Hij er in verscholen had. En dat is niet hard; dat is niet onmeêdoogend. Veeleer is deze liefde veel vuriger en hooger dan onze liefde. Want immers het echte Goddelijk mededoogen is niet om te maken dat ge hier lacht om eens eeuwig te weenen maar dat ge eeuwig lachen zult van heiligen jubel, al is het ook, dat hier u het weenen niet kon gespaard worden. En dit staat vast, als eens het louteren ook bij ons een einde neemt, en het zilver is gansch gezuiverd, dan zal dat gezuiverde zilver eens zelf in die loutering roemen en God danken dat Hij, niettegenstaande zijn tranen en gebeden bij die loutering, dat louteren toch heeft doorgezet. ,
,
,
;
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's