Gomer voor den Sabbath - pagina 131
„HOEVELE ZONDEN HEB IK?"
127
met uw vijl af. En zoo, zoo alleen zijt ge burgerlijk braaf gebleven en bleef het wild gedierte wel in u maar het kon niet woeden En als dan uw God en Vader, enkel door tusschentredende zult gij dan zeggen het ergste belette en voorkwam genade „Op mij is niets aan te merken, die wilde macht in mijn hart brak nosr nooit los " ? ,
,
,
is zoo, ge kunt ook wel langs anderen wtg ontdekkend ontvangen, en tot zielsverbrijzeling komt het dan eerst, als reeds de enkele gedachte dat het geen liefde voor uw God is die u drijft, u pijn doet en door het hart schrijnt. Ge hebt gelijk: tot dieper indaling in uw zonde komt ge eerst, als ge uzelven in uw natuurlijken vader, in Adam, vondt, en voeldet, hoe gij het waart, die in hem tegen uw God en Souverein
Het
licht
,
gerebelleerd hebt! Maar toch, soms is het goed, om aan de hand van wat Job uitriep, tot besef van uw zonde te komen. Het mag niet, dat ge in zelfstreelende eigengerechtigheid u boven den schuldigen tollenaar verheft. Ge moogt niet uit de hoogte van uw burgerlijke deugden op den gevallen man en op de gevallene vrouw neerzien. Ge moei leeren verstaan, dat de wilde die uit hun hart uitbraken en uitschoten ook in uw boosheden hart wel terdege huizen. En dat het eenige, waardoor ze in u rustig bleven en geen kwaad vermochten te stichten die traliëfi der genade waren, waarachter uw God ze, u ter behoudenisse opsloot. Een Augustinus, uit den moordkuil van wiens hart ze zoo schriklijk uitbraken, is niet slechter dan gij. Gij zijt niet beter dan hij. En al het verschil tusschen u en hem is, dat God hem een tijdlang losliet, om heel de kerk te herinneren, wat er in elks hart huist, en u tegenhield, dat ze in u achter de traliën opgesloten bleven. o. Spot toch met die genade van uw barmhartigen Vader niet! Als zijn hand even ophield die traliën geklonken te houden, zoo vreeslij k zouden ook uw boosheden naar buiten uit kunnen slaan. Hoor toch wat de Schrift zegt: „ Die sta zie toe, dat hij niet valle! " En daarom, misleid uzelven niet langer. Wat vraagt ge: Wat dan toch uw zonden zijn? Hoe meent ge dat? Hoevele uw zonden zijn, die uitbraken? Vraag liever: Hoevele uw zonden zijn, die God tegenhield en het uitbreken belette Als het daartoe mag komen dan wordt uw standpunt zoo o heel anders. Dan kunt ge den gevallen man en de gevallene vrouw niet meer verachten, maar zult ge, bij al de verfoeiing voor hun ,
,
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's