Gomer voor den Sabbath - pagina 74
„DE BOKKEN VAN DE SCHAPEN.
7
hand
zijner eeuwige ontferming uit en hoedt ze, en niemand kan ze rukken, de wolf niet en Satan niet, uit de hand van den Vader.
En daarom daal toch een iegelijk in uw hart, in de diepte van uw wezen in, en doorzoek en onderzoek, aan welke dier beide dierennaturen ge het meest gelijk zij Aan den stootigen, speelschen, t.
woeligen bok, of aan het stille, zachtmoedige, rustige lam! Niet naar uw temperament vraagt de Heere daarbij ; niet naar uw inborst en aanleg. De Heere, die te Kana wijn voor de bruiloft schonk, veroordeelt de vreugde en vroolijkheid des harten niet. Humor vloeide vaak van zijn eigen lippen. Er is een tijd va7i weenen, o, gewisselijk; maar met nadruk stelt de Schrift er een tijd om te lachen naast. Neen, de vraag gaat veel dieper en dringt tot den wortel van uw wezen door. En daar, in dien wortel, is een ieder een bok, een speelsche, woelige, stootige bok van nature. Dat is der zonde aard en de speling van het verderf in ons. En zóo diep wortelt die booze aard in ons gemoed, dat niemand van nature den vrede, den ernst, de zachtmoedigheid van het lam bezit, tenzij dan dat het Lam van God tot hem zij gekomen en in zijn ziele
geopenbaard
zij.
Alleen wie den beelde van den Zoon van God, d. i. aan het Lam, dat de zonde der wereld droeg, gelijk wierd gemaakt, zoo niet in voleinding dan toch in beginsel, is bij de kudde der schapen geteld en gaat achter den goeden Herder aan. De schapen in den dag des oordeels zullen alleen zij zijn, die het beeld van het Laiti Gods vertoonen, en al de anderen gaan als
bokken
Hoor
terzij.
het maar aan de uitkomst. die ter rechterzijde is het: „Ik,
Tot uw Jezus, ben naakt geweest en hongerig in mijn armen, en voorzooveel gij mijn armen gekleed hebt en gevoed, hebt ge Mij beschut voor de koude en voor den honger behoed Tot de armen van den Heere Jezus en tot zijn hongerigen voelden ze zich aangetrokken , en toch , ze dachten er niet bij Dat heb ik fin voor den Heere Jezus gedaan. Neen, stil, zonder vertoon, zonder inbeelding van hun goede werken zijn ze het Lam Gods nagewandeld. Maar daarom juist is hun stille ernst en hun teedere zachtmoedigheid ter gedachtenisse voor God opgeklommen, en in den dag des oordeels, dan zal 't de Zoon des menschen toonen, dat Hij het zag en van elk schaap zijner kudde weet. !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's