Gomer voor den Sabbath - pagina 68
64
VREDE NEDERLIGGEN EN SLAPEN
,,IN
" !
want de Heere
ondersteunde mij." In Psalm 4 9: „Ik zaï neder liggen en slapen, want Gij, o, Heere! alleen zult mij zeker doen wonen." In Psalm 5:4: „Des morgens, Heere l zult Gij mijne stem hooren des morgens zal ik mij tot U schikken en wacht houden." En in Psalm 6:7: ,, Ik doe 7nijn bed den ganschen nacht zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijne tranen." Avond- en morgengedachten alzoo! Liederen voor wie zich te slapen legt, en liederen voor wie van zijn bedstede verrijst. En hetzij dat we slapen gaan hetzij dat we uit den slaap opwaken altoos het hart en de gedachten des harten nabij den Heere, wiens alleen de sterkte is. :
,
,
,
Voor een kind van God is de slaap iets wonderbaars. Als hij slapen gaat, maakt God hem weg. Hij weet dan van zichzelven niet meer af. Hij sluit de oogen vergeet wat om hem is, en werpt zich al slapende in de armen van zijn God, dien Wachter Israels, wiens oog nooit sluimert. Zoo wacht de Heere eiken avond zijn kind op, en spreidt hem zijn leger, en bedwelmt hem, en waakt nu aan zijn sponde, terwijl hij weg is en van niets af weet en slaapt. Eerst knielt het kind dan voor zijn Vader, die in de hemelen is, neder. Hij zoekt en vindt Hem bij die sponde, waarop hij zich zal neerleggen, en als hij zijn God dan aanspreekt, dan is het, of hij tot Hem zegt: ,,Zijt Gij daar weder, o, mijn goede, trouwe God! om mij in de armen uwer trouw voor dezen nacht te besluiten?" En als het stii gebed dan is uitgestort, en gedankt is voor al Gods trouwe op dien langen dag, en vergeving is gevonden in het bloed des Lams voor al de zonden die dien dag bevlekt hebben, dan klimt het vertrouwen in de ziel weer op, en bij het: Amen, ja, Ame7i, Haliehijah! voelt hij zich door zijn God als opgenomen, en op zijn sjjonde neergelegd. „Ik lag neder ,
,
en sliep, want de Heere ondersteunde mij!" is dan zijn zalige bevinding. En met God bij zijn ziel en zijn ziele met zijn God vereenigd, sluimert hij zacht in de ruste des slaaps. Het is zoo, er zijn ook onrustige nachten. David kende ook den angstkreet: „Ik sliep, maar mijn hart waakte." Hij wist ook van nachten, dat de slaap van zijn oogen week, en de bitterste tranen zijn oog bevochtigden. Maar juist bij de schaduw dier bange en in angst doorworstelde nachten komt het zoete en schoone der gewone nachten te heerlijker uit.
En immers de goede nachten, toesluit, en hem dekt met de
kind
dat God de Heere achter zijn vleugelen zijner liefde, en hem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's