Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 94

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 94

3 minuten leestijd

„MET ONGEDEKTEN AANGEZICHTE."

9 waar zijn

hij

tegen mort, bitter tegen inworstelt en tegen vloekt,

macht

om

te verfoeien.

o, Als God de Heere u met uw zondig wezen aan uzelven had overgelaten, hoe duivelsch zou ook uw hart niet tegenover uw God staan Neen zeg niet Dan zou ik als een heiden wezen ; want ook over de heiden wereld waakt nog een algemeene genade, en velerlei ,

is

:

de barmhartigheid

,

waarmee onze God ook

bij

de heidenen nog

het volle doorbreken van de ongerechtigheid tegenhoudt. Veel erger dan een heiden zoudt ge er aan toe zijn. Stikdonkere nacht en duisternis zou zich om u saampersen. En in die duisternis zoudt ge zonder éen straal van vriendelijk, Goddelijk licht, uzelven voelen als de prooi van een u onbekende macht, die u omklemd hield; en zonder iets van uw God te weten, zoudt ge in bittere, satanische vijandschap worstelen tegen uw

God

in.

Daarom is zijn Openbaring zulk een heilschat. Zijn Woord zulk een onuitsprekelijke rijkdom. Zijn spreken tot den zondaar zulk een daad van nederbuigende ontferming. Maar toch, zonder meer baatte dit nog niet. Want Sinaï toont u, wat de uitstraling van het licht van 's Heeren heerlijkheid voor een zondaar wordt, als God hem niets geeft dan dat licht. Dan kan het zwakke, schier blinde oog dien lichtglans niet verdragen. Dan sluit zich het oog bij het instralen van dien lichtglans eerst recht geheel en bijna hermetisch toe. Dan verschrikt u dat licht en ontzet u, en komt u, als het volk bij Mozes, de bede op de lippen: „Och, dat de Heere dien lichtglans van ons nam en voor ons aangezicht bedekte!" Zoo diep ontvielen en ontzonken we aan onzen eersten luister. In donkeren schemer nemen we nog zekere zwevende gestalte waar, maar als het Goddelijk licht in al den glans zijner heiligheid en gerechtigheid over ons opgaat, dan zien we niets meer^ en heeft dit licht geen ontsluitende maar toesluitende werking. Dan voleindt juist dat licht onze volkomene zelfverblinding. Ja, om ons voor die majesteit van het licht van 's Heeren gerechtigheid te verbergen omhullen we dan ons aangezicht nog en dekken ons oog toe, opdat toch door het dunne en doorschijnende ooglid geen straal van 's Heeren glans tot ons doordringe en het netvlies van ons oog pijn doe. Dan kruipen en sluipen we weg voor den verblindenden glans zijner majesteit en in de klove van den rotssteen zoeken we behoudenis, of in de holen verberging voor dien gloed. ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 94

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's