Gomer voor den Sabbath - pagina 110
„SCHULDIG ELKANDER LIEF TE HEBBEN,"
Io6
alleen aan uw God te beoordeelen. Ook deze uwe broeders en uw zusters koos Hij , niet gij. En het is nu van deze aldus door voor u gekozen broeders en zusters , dat Hij u den eisch stelt „Gij zijt schuldig ze lief te hebben."
Hem
is deze eisch niet onredelijk bedoeld. de leden van dat groote, heerlijke lichaam van Christus kent gij er maar zeer enkelen. Alleen diegenen, die in uw tijd leven. Onder hen alleen degenen, met wie gij in aanraking komt^ of van wie ge hoort. En onder dezen nog slechts de kleinere helft van genoeg nabij, om met een oordeel der liefde te bekennen, dat ze waarlijk besloten zijn in zijn Genadeverbond. Ook blijft die eisch des Heeren redelijk in dien anderen zin, dat een sterker hechten aan den een dan aan den ander niet is uitgesloten. Persoonlijke geestelijke sympathie laat zich niet dwingen maar is als de magneet, die vanzelf trekt, waar een verwant metaal in de nabijheid komt. Ook binnen dezen kring der broederliefde blijft er dus altoos plaats voor nauwere persoonlijke vriendschap, voor geestverwantschap in enger zin en warmer sympathie des harten. Mits maar, en daarvan gaat nooit iets af, ook al die anderen voor u voorwerpen uwer liefde blijven, waaraan ge om
Natuurlijk
Van
al
Gods wil liefde schuldig zijt. Een zonde is het daarom in u, zoo dikwijls er belijders des Heeren in uw stad of dorp of omgeving u bekend zijn, van wie ge naar den aard en in het vertrouwen der liefde acht, dat ze wel waarlijk genade ontvingen en met u in hun sterven éen weg zullen uitgaan, en als ge dan toch de Kaïns-gedachte te hunnen opzichte hebt en denkt: „Wat gaan mij deze broederen aan?" Ze gaan u wel terdege aan omdat God ze voor u als voorwerpen uwer liefde, aan wie ge liefde schuldig zijt, heeft uitverkoren. Ge jnoel ze liefhebben en dus ook waar ge geen veelvuldige persoonlijke aanraking met hen hebt, toch hunner in liefde gedenken. En ook al verschillen dan de formatiën van het kerkelijk instituut, waaronder gij leeft en waaronder zij leven gij zult en moogt nimmer vergeten dat ze desalniettemin saam met u leden van de kerke Christi zijn, leden met u van hetzelfde lichaam, ranken in ,
,
,
,
,
eenzelfden wijnstok.
Uw
Avondmaal
is zelfs geen Avondmaal, zoo ge niet in deze de leden van het lichaam Christi omvat. En welken zegen ge ook aan uw kerkformatie dankt, zoo deze ook tengevolge had dat ge om harentwil u opsloot in eigen kring en afsloot van al Gods andere kinderen dan zou deze uwe kerkformatie, hoe zuiver en onberispelijk ook, u tot een oorzaak van zonde worden, en deze zonde zich wreken aan uw geestelijk leven.
uwe
liefde al
,.
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's