Gomer voor den Sabbath - pagina 72
„DE BOKKEN VAN DE SCHAPEN."
68
Er
een gansch groote menigte schapen maar ook een gansch van bokken in die kudde. Lees wat er staat. Jezus zegt niet: schapen en rammen, maar schapen en bokken. En bokken zijn wat iedere jongen eronder zijn
,
heir
rammen, maar geitebokken. In ons land vat men dat zoo niet; maar in een land van bergen als waarin én de Heere én zijn profeten om wandelden vat ieder dat. Want in een land van bergen komt men telkens groote kudden tegen, eenerzijds van schapen en anderzijds van geiten. Die grazen dan bij elkaar en trekken saam uit, de heuvelen en bergen langs. Maar als de herder met zijn dubbele kudde huiswaarts is gekeerd, dan gaat het niet in éen kooi, maar moet voor de deur der kooi de kudde gesplitst worden en gaan de schapen door het eene hek binnen en de geiten door het andere. En zoo nu, zegt de Heere, zal het eens ook in den dag des oordeels zijn. Lang, eeuwenlang zullen de kinderen der menschen elkaar weiden en met elkander op den weg zijn. Maar eens bij komt het einde. En dan trekt alles huiswaarts. En bij de eeuwige woningen aangekomen gaat het dan in tweeën uiteen. De schapen rechts, de bokken links. En de eeuwigheid zal ingaan. verstaat, niet
,
,
,
Waarop
doelt dit onderscheid? althans niet enkel, op het verschil tusschen het vrouwelijk en het manlijk geslacht. Zóo staan schapen en bokken niet tegenover elkander. Wie van een kudde schapen spreekt, bedoelt niet alleen de Stellig
niet,
maar de rammen er bij. Daarentegen wordt van het ander der kudde wel terdege het manlijk soort, de bok, als aanduiding van het soort gebezigd. En ongetwijfeld moet op die
wijfjes,
deel
tegenstelling gelet. Wie ooit zulk een kudde bokken onder elkaar grazen
schapen met een kudde geiten en
vat die tegenstelling dan ook met een oogwenk. In die weidende schapen is stilheid, is zachtheid, is volgzaamheid, is een toon van ernst. Langzaam bewegen ze zich voort of liggen rustig bij de beke neder. En zulk een kudde van grazende of herkauwende schapen geeft u het toonbeeld van rust en aanhankelijkheid en ernst in het gemoed. Maar heel anders is het met de kudde geiten en bokken. Die springen en stoeien en spelen eindeloos. Ze steigeren op de achterpooten en hebben er lust in om met de hoornen te stooten. En in de vlugge, sierlijke wijs, waarop ze half steigerend den gehoornden kop ombuigen om in het neervallen den stoot toe te ,
zag,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's