Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 93
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
13 Ongetwijfeld bestaat er ook een tegenovergesteld gevaar.. Niet zelden toch is er ook een toegeven aan de onwetenschappelijke schare geweest. Maar toch moet de tegenovergestelde zwenking schier nog ernstiger betreurd, wijl er duurzaam zoo bedenkelijke invloed van op de jongeren uitgaat en de scherpe Paulinische tegenstelling ten slotte zoek Slechts zij men op zijn hoede om de verzwakking raakt. en verschuiving van de grenzen niet eeniglijk van boven te zoeken, bij hen die de schare leiden mogen het gevaar komt soms met gelijke intensiteit uit de schare zelve op. Zie 't maar in de bange dagen die we thans doorworstelen. Of bespeurt ge het niet telkens, hoe er thans niet weinigen zijn, die om zich 't stoffelijk gewin niet te laten ontglippen, zich verleid gevoelen om het hooge ideaal, waarvoor ook zij dusver hadden gestreden, te laten varen, en, ten einde zich hooger opbrengst van hun goed te verzekeren, er, ja, nog niet toe overgingen, neen, maar er dan toch reeds over gedacht hebben, om zich met ongeloovige lotgenooten te vereenigen, ten einde zich van hoogeren prijs het profijt te verzekeren. Had men denzulken voor tien jaren gezegd, dat zooiets hun ooit mogelijk zou zijn, ze zouden 't als laster met verontwaardiging van zich hebben afgestooten. Thans daarentegen, nu de oorlogsduur de verleiding doet aanhouden, voelen ook zij zelven dat er vaak ook in hun hart iets omgaat, wat voorheen nimmer in hun hart zou zijn ingeslopen. Er moet beslistheid onder ons heerschen. Doch dan besta er omtrent wie onder de kleyne luyden te verstaan zijn, ook geen misverstand. Al te vaak toch dringt men er heen. om onder de kleyne luyden schier eeniglijk de armeren naar de wereld te verstaan, doch het is dan ook juist tegen deze onduldbare misvatting dat niet ernstig genoeg kan gewaarschuwd worden. Noch de Christus, noch het Apostolaat, noch Prins Willem heeft ooit met „kleyne luyden" eeniglijk de poveren bedoeld, die gebrek leden. De kleyne luyden zijn niet de bedeelden der Diaconie, maar ze vormen geheel de lagere groep in het samenstel van 't volksleven. Het is;
een klagende misstand, dat er
in
een Christelijke maatschappij
nog wezenlijk gebreklijdenden zijn. De aard en het karakter der Christelijke Kerk brengt veeleer mede, dat de broeders,.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's