Gomer voor den Sabbath - pagina 165
„VERGEET GEENE VAN Dat gedachtelooze roepen
ZIJNE
WELDADEN."
l6l
„ Heere als Gij mij zult hebben uit!" het getuigt zoo tegen ons. Ons innerlijk wezen staat zoo diep zelfs beneden de gelofte, die over onze lippen kwam. En dan viel er nu alleen nog maar sprake van die wondere, machtige, aangrijpende weldadigheden des Heeren die zoo onuitwischbaren indruk op ons hadden gemaakt, en die op de hoogtepunten van ons leven ons dan ook weer overstralen met haar
O
,
gered, zal ik
:
!
Uwer in eeuwigheid gedenken
,
lieflijken glans.
Maar
in
ons zingen lag veel meer.
zongen: „Vergeet nooit éen van zijn weldadigheden," en we voegden er nog bij „Vergeet ze niet het is God, die ze u bewees! En nu nog eens de vraag: Wat is daarvan terechtgekomen? Want er volgt, ja: ,,Die al uw krankheden geneest", maar er gaat aan die herinnering van onze uitredding uit nood en dood Wij
:
,
nog
iets heel anders vooraf. „Vergeet," zingt de Psalmist, „geene van zijne weldaden," en dan volgt er onmiddellijk dit heel zsiA^nt'. ,, Die al uwe ongerechtigheid vergeeft.^' En nu, het is zoo, die „genadige vergeving van onze zonden" heeft op ons een minderen indruk van weldadigheid gemaakt maar waarom anders, dan omdat de nood onzer ziel ons minder bang dan de angst voor doodgevaar beklemd had? Want op zichzelf voelt ge toch wel, dat Gods weldadigheid in het „vergeven van al uw ongerechtigheid" nog veel machtiger was, dan in het redden van uw leven. „ Al uw ongerechtigheid " ; o wie zal uitspreken hoe hoog die berg onzer zonden opgestapeld lag, en wie spellen, wie gissen, hoe machtig, hoe wonderbaar het ontfermen was, dat ons al deze ongerechtigheid vergeven kon en al onze zonde wegwierp in de ;
,
,
diepte der zee!
„Barmhartig en genadig is de Heere, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Hij zal niet altoos twisten noch eeuwiglijk den toorn behouden. Want zoover het Oosten is van het Westen, zoover doet Hij onze overtredingen van ons " ,
!
En dan, de
allergrootste weldadigheid des
Heeren,
is
dat niet
waarmee deze Vader in de hemelen zijn verkorenen van eeuwigheid heeft gemind in den Geliefde? En als Hij ook u dan deed komen tot de erfenis der vromen, wien de vreeze zijns naams bekoort, is dan niet juist daarin u een zijn
liefde,
„weldadigheid" bewezen, die in lengte en breedte zeer verre andere „weldadigheid" uws Gods teboven gaat? XI
alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's