Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den sabbath - pagina 56

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den sabbath - pagina 56

2 minuten leestijd

»MUNE

14

u, als

ZIEL

IS

VOOR U ALS EEN DORSTIG LANd!"

bekennen zoudt: »Ik verkwijn van dorst", ma^r gij meent niet te dorsten, uw gebroken waterbakken in koortsachtige over-

gij

breidt Hij zich naar u uit, terwijl

en

bij

veeleer droomt, dat de volle waterstroomen

prikkeling

om

u heen ruischen, Ismael wist ook

niet, dat de dorst zijn leven bedreigde. Hij wist niets. Hij lag in heete koorts bedwelmd. Maar de Immanuel kwam tot Ismael, en Hij wees aan Hagar de bron.

Weg daarom besef van

met dat valsche zeggen, alsof in ons het Heere eerst op ons

dorst zou zijn^ en alsof de

roepen uit de dorstige ziel^ die dorstige ziel verzadigen zou. Heel omgekeerd spreekt de Heere hem, die zoover kwam, dat hij dorsten kan, reeds zalig.

Want

dat kennen van

uw

dorheid, dat besef

van dorst

Dat was niet uit u, maar kwam u toe van boven, o. Wie maar zoover is, dat hij dorsten mag, Want als er maar een waarachtig dorsten mag die is er. is

reeds

genade.

dit ivorclt gelescht, zoo waarachtig als de Heere een Ontfermer is. Bedrieg u dus niet. Zeg niet: Ik ben als in Psalm 42, en mijn ziel schreeuwt naar den levenden God, gelijk een hert dorst naar de waterstroomen, maar de hemel houdt zijn regen in. Neen, zoo is het niet. De man van Psalm 42 is een geredde, juist omdat hij en nu wordt zijn dorsten het echte bidden en dorst kent smeeken, en op dat smeeken volgt het toevloeien der volle stroomen gewisselijk^ ook al beproeft de Heere hem zijn,

;

voor een

Waar

tijd.

ik uit mijzelf,,

En

zoo

is

het niet.

God, wiens de stroomen des levenden watei's moet eerst en vooraf den dorst naar dat levende

Diezelfde zijn,

iS;, dat ge denkt: »Den dorst heb en de Heere moet mij alleen het water geven !"

het aan schort,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den sabbath - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's