Gomer voor den Sabbath - pagina 70
„IN VREDE NEDERLIGGEN EN SLAPEN
66
En
ZOU die wondere slaap dan enkel voor
" !
uw lichaam
zijn?
Maar ge weet immers beter. Het kind, dat 's avonds voor
zijn school niet meer werken kon morgens weer vlug en helder leeren. De denker, die zich 's avonds moê had gepeinsd, kon na gezonden slaap in den morgen weer met frissche kracht zijn denkarbeid
zoo
moe
als het
was, kan
's
opvatten. En sterker nog, als ge in moeilijke levensomstandigheden des avonds met het matte hart geen raad meer wist, hoe dikwijls heeft God de Heere u dan in den slaap dat matte hart gesterkt, zóo gesterkt, dat ge 's morgens weer wilskracht hadt om te besluiten en helderheid om de juiste keuze te doen
En
zou die innerlijke verfrissching ook niet tot uw ziel doorgaan ? weten het wel, hetgeen de psalmist zegt: „Hij geeft het beminden als in den slaapt''' heeft in dat lied een andere beduidenis, maar als ge inslaapt met de bede: „Geef mij heilige gedachten en wees in den droom mijn lust!" dan mag dat naar de mystiek der Hernhutters onjuist zijn uitgedrukt, maar deze waarheid was er dan toch in, dat ge ook voor den nacht iets van uw God voor uw ziel dorst hopen. En zou de Heere dan ook die zeven è. acht uur van den slaap, als uw ziel rust en al uw denken niets heeft in te brengen, en uw booze opwellingen zwakker zijn, niet ook met genade het hart van zijn kinderen sterken, en geloofswerkingen bereiden voor den geloofsstrijd, die straks in den morgen hen weer wacht?
We
o, zijnen
Haast zou het de vraag zijn, in welk deel van ons leven we het meest voor de eeuwigheid worden voorbereid, op den klaren dag, als alles ons aftrekt, en als onze geesteskrachten in de wereld uitloopen, of wel i?i den stillen nacht, als niet ons afleidt, en al onze zielskrachten in ons teruggetrokken zijn en in ons worden opgesloten. Want dat is het eigenlijk: Gij ligt op uw legerstede en slaapt, maar dan slaapt er nog iets anders in u, en uw ziel rust in uw binnenste, gelijk gij op uw sponde rust. Sommigen, dit ontkennen we niet, hebben ook ontmoetingen des Geestes bij vollen, klaren dag; maar toch dit zijn zeldzaamheden. En hoe schoon, hoe lieflijk is dan de gedachte niet, dat God de Heere eiken nacht zijn beminden opzoekt, om, als hun wezen in hun binnenste sluimert, dat sluimerend wezen te overkomen met reinigende en sterkende genadegaven. Dit althans merken Gods kinderen wel zeker, hoe God de Heere hen in dien slaap voor de eeuwigheid bereidt, In de morgenuren wordt veel minder gezondigd dan in de avonduren. Laat hier maar de herinnering uit eens iegelijks leven getuigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's