Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 38

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 38

2 minuten leestijd

„EEN STOFJE AAN DE WEEGSCHAAL,

34

vergeten had een weerlooze genadig te zijn; maar een zich vastklemmen van het gebroken hart dat niet meer kan aan Gods

en

,

,

eeuwige deugden. Weg, weg zou ik zijn als in den Heere mijn God die eeuwige deugden niet waren. Als Hij niet groot van moed en niet groot van ontferming was. Maar dat is Hij. Ja, waarlijk, de Heere is grootmoedig en zeer barmhartig. En die deugden grijpt het geloof aan. En daar pleit de worste-

smeekingen op. Zoolang hij het tegen God uit wilde houden was hij volkomen machteloos tegenover den Heere. Een weerloos lam, dat waande het tegen den sterken Leeuw te zullen volhouden. Maar nu slaat dat om. Nu het verbrijzeld kind niet meer tegenworstelt; en geen hand meer opheft; en geheel lijdelijk zich laat en nu eeniglijk op de deugden van Gods grootmoedigkastijden heid en lankmoedigheid gaat pleiten nu is hij opeens sterk tegenover dienzelfden sterken God geworden. Het smeeken om genade ontwapent den sterksten held. Daar kan ook God niet tegen in. Een worstelaar tegen den verkeerde, is Hij, de Ontfermer over stof en assche en over den worm, die in het stof wegkrimpt. En diezelfde Majesteit, die in den bangen avond nog toornde in verbolgenheid, blinkt in goddelijk raededoogen bij het aanbreken van den morgenstond. Doordien we vleesch zijn en bekenden vleesch te zijn, gedacht Hij, wat maaksel we zijn, en heeft zijn vertroostend aangezicht ons verkwikt.

laar in zijn

,

;

,

TWEEDE ZONDAG. „EEN STOFJE AAN DE WEEGSCELAAL. Ziet, de volken zijn geacht als een druppel aan den emmer en als een stofje aan de weegschaal; ziet. Hij werpt de eilanden henen als

dun

stof.

Jes.

Bij gif,

40

:

15.

een apotheker vindt ge een weegschaal onder een stolp om en bij een juwelier een weegschaal onder glas om diamant-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 38

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's