Gomer voor den Sabbath - pagina 172
"
„ MIJNE SCHAPEN
l68
!
Die herder hoort bij de kudde, zooals uw hoofd bij uw lichaam hoort, zullen de leden werken kunnen. Zonder dien herder zijn het losse schapen, maar is het de kudde niet. Het is die herder, die ze tot kudde maakt. En zooals er bij Ezechiël van de raderen der cherubijnen staat: „Waar de Geest ging, daar gingen zij", zoo ook is het met de kudde achter den herder: ,,Waar de herder gaat, gaat de kudde na," Het is éen beweging, die zich van zijn voetstappen aan heel de kudde meedeelt. Het is, of hij leeft in die kudde en macht over ze heeft
En
om
ze in
omdat
beweging
te zetten. er ee7t ?nensch voor
hem
Beproet en geen schaap komt van zijn plaats. Vreemd blaten ze u aan; maar hun instinct belet u, macht over hen te oefenen. Totdat de herder komt, en dan opeens toovert die herder leven en gang in die kudde en alles trekt meê op. En dat merken ze niet aan zijn kleed of gewaad, aan zijn staf of zijn hond. Want trek hem vrij andere kleederen aan en geef een anderen staf in zijn hand, en toch, als ze zijn siem maar hooren, gaat op eenmaal heel de kudde hem achterna. En nu, wat is dit wondere instinct? Waartoe schiep de Heere dit aan zijn kudde in? Waarom anders, dan om ook daarin zijn Goddelijke teekening te volmaken, en de kerke Gods als in beeld te doen zien, wat het tusschen haar en den Oppersten Herder harer ziele moet zijn? Aan Hem gebonden en aan Hem gewend en Hem volgend door niets dan door de macht van zijn Woord! dat
het maar,
niet,
om
bij
uitgaat.
een u vreemde kudde voor herder
te spelen,
En dan die wolf, die komt en de schapen moorden wil, en die huurling, die haastig over de heining klimt en schapen wil stelen; en tegenover beiden die echte, wezenlijke herder, die om niets dan om zijn kudde denkt, en voor ze waakt en strijdt en zich desnoods door den wolf verscheuren laat! o. Die goede Herder, die zijn leven voor de schapen stelt, en zóo niet ziet, dat de wolf uw ziel wil bespringen, of Hij is biju! Ja, als de wolf u reeds in de vacht had gegrepen, dan laat Hij u nog niet los, maar omklemt u en houdt u met zijn sterke hand, en noch wolf noch huurling kan u uit die sterke hand losrukken. Dat merkt de wolf, dat merkt de huurling dan ook wel, en als wolf of huurling den Herder er bij ziet durven ze niet. o Blijft bij Jezus maar en laat Jezus bij u blijven, dan zijt ge niet maar veilig, maar komt zelfs de Verleider niet op u aan. En dan, als ge afgedoold en verloren waart, die Herder, die u ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's