Gomer voor den sabbath - pagina 141
•>ABBA,
Maar
toch,
kinderen niet
vader!"
onbekend mogen
die zaligheden
99 aan Gods
zijn.
Eer integendeel hebben we ons hart te veroordeelen, als het anders met ons is; en te betreuren onze inzinking en den lagen stand der wateren in onze ziel, als het tot die innigheid en tot die gevoelvolle kinderbede niet kan doordringen.
En daarom maant en daarom prikkelt het Woord en de Geest ons telkens opnieuw, om toch naar dat hoogste te grijpen, en niet te rusten, eer het met onze ziel weer tot dat zalige gekomen is. Gekomen. Niet met een opwinding des gevoels, of met een prikkeling der zenuwen. Dat nut niets voor den Heere. De ware aanbidding is niet luidruchtig, maar maakt stil windt niet op, maar doorstroomt ons met heilige kalmte.
;
En
de
elsch, die ook thans tot uw ziel en tot de mijne maar, om zoo onzen weg aan te stellen, en zoo rusteloos door den IMiddelaar tot de gemeenschap van
komt,
is
Eeuwige Wezen door te dringen, tot onze ziele het weer beluisteren mag: »Gij zijt mijn kind, gij zijt mijn uitverkorene!" en dat het als een echo onzer ziel op die het
stemme weerklinkt:
y>Ahha,
Vader P'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's