Gomer voor den Sabbath - pagina 200
„HIJ ZAL JERUZALEM
196
NOG VERKIEZEN."
Immers niet uw misbruik van de Schrifttermen, maar alleen de termen der Schrift stellen hier den regel. Nergens leert Gods Woord ons, dat we onze wijze van spreken moeten inrichten naar onze verkeerdheid; maar overal wil de Schrift, dat we de heilige sprake zelve ten richtsnoer nemen. En wat toont ons dan de Schrift? Dit, dat wie van het volk zijn, keer op keer alles bederven; dat Sion bijna stelselmatig de verzenen tegen de prikkelen slaat; en dat Jeruzalem soms aan Sodom en Gomorra gelijk is en dat desniettemin hei volk er komt, en Sio7i het heilige draagt, en dat de Heere Jeruzalem nog verkiest. Het is nergens in deze heilige Schriftuur: Zie, wat heilige personen, en wat vroomheid in Sion en wat een godzalig Jeruzalem en deswege is de Heere dat volk en dat Sion en dat Jeruzalem genadig. Neen, het is altoos ondanks die personen, en in spijt van wat Sion is, en in weerwil van ^zX Jeruzalem van zich merken laat, enkel maar om den raad des welbehagens. Vrijmachtig is dat volk geroepen; ï/z-z/wa^^/z^ dat Sion verheven; vrijmachtig dat Jeruzalem uitverkoren. En wat nu ook dat volk, dat Sion, dat Jeruzalem doe, dat blijft zoo. Van die vrijmachtige keuze is geen appèl of herziening. Die raad gaat door. Die beslissing van eeuwigheid blijft. En hoe ook Jeruzalem tegenworstele, Hij zal nog Jeruzalem verkiezen. ,
—
,
,
En hierin nu juist ligt de rust voor uw hart bij dat verwijt der broederen alsof we onszelven tot 'j Heeren volk stempelden en dat onszelven alleen. Zie toch, 's Heeren volk is zijn volk niet om wat het zelf is, maar alleen om de banier, waarbij het te hoop loopt, en om het veldteeken waarbij het neerknielt en zweert. Het is niet in ons, maar bjiiten ons; en wat er in ons van te zien komt, is „naar de werking van dien Christus, die in ons werkt met kracht". De banier van zijn waarheid is het kenteeken, waaraan dit volk gekend wordt; en al loopt wie die banier omklemt nog in armelijke lompen en al is zijn gelaat nog bezoedeld en al wankelt zijn voet, dat doet er niet toe en kan de zaak niet verkeeren; het is de waarheid, het is de kennisse des Heeren, het is het welbehagen ,
,
,
Gods, dat hier beslist. Waar nu die banier wappert, en bij die banier voor den Koning wordt geroepen, daar loop ik naar toe, als ik bij 's Heeren volk wil zijn. En dan zie ik niet op die personen en niet op hun leidslieden, en dan peil ik nog minder hun hart, maar dan roep ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's