Gomer voor den Sabbath - pagina 137
„VAN UWEN HOUTHOUWER TOT UWEN WATERPUTTER.
133
huis en in eigen kring en bovenal in het heilig Huis des Heeren de barmhartigheden des Heeren door de hardheid en ingebeeldheid huns harten niet weerstaan, Gods Woord is ook in dezen deele zoo teeder, en als heel Israël voor Gods aanschijn treedt, en alleen de aanzienlijken uit elk huis schijnen meê te rekenen, komt Mozes het hun in 's Heeren naam aanzeggen, dat ze ook hun vrouwen, ook hun kinderkens, ook hun vreemdelingen maar ook om hen vooral niet te vergeten hun houthakkers en waterputiers er bij zullen roepen. En nu, wat wordt tegen deze ordinantie der ontferminge Gods niet nog altoos in Christus' kerk gezondigd Och dat het toch anders mocht worden Hoe lange jaren zijn door de schandelijke wijze van verhuren van zitplaatsen in het heiligdom niet alle armen van het Evangelie afgesloten geweest! En hoe is er niet eerst, toen de kerken leeg weer plaats ook voor de houthouwers en waterputters geliepen ,
,
,
!
,
komen
!
Het o zerken. ,
is
zoo
,
achteraf konden ze staan
,
op de koude blauwe
waren ze Gods vroomste kinderen, in zijn Huis wierden De wereld in het Huis des Heeren ingedragen. Nogmaals de vooraanzittingen der aanzienlijken. De man van Jakobus met den gouden ring aan zijn vinger, nog altoos de u zoo scherp
Och,
al
ze geminacht.
veroordeelende type.
En als er dan in die kerk wierd omgegaan om „armengeld", en dat geld wierd straks uitgedeeld, o, zeg zelf, wat viel er dan te merken van ambtsdragers van Koning Jezus, die in zijn Naam aan zijn bruiloftskinderen het goed van hun Koning uitdeelden; en hoe bijna altoos was het dan een aalmoes, die schier hoonde en beleedigde
Dit nu oordeelt en veroordeelt de Heere. En veroordeelt Hij niet alleen in het Huis des gebeds, maar ook in uw eigen woning. Hoogheid, die laag neerziet, en inbeelding, die minacht, wordt nooit tegenover den mindere door God den Heere geduld. Ook die houthakker, ook die waterputter is zijn schepsel, en door Hem op uw weg gesteld opdat ge iets niet van uw vernederende, maar van zijn opheffende ontferming aan hen zoudt oefenen. Wie den mindere weldoet, is de knecht, die in naam van zijn Koning iets uitreikt, en die mindere, die het ontvangt, is de ,
beweldadigde van zijn Koning. De verhouding dus juist omgekeerd.
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's