Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 84

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 84

2 minuten leestijd

„KOMT TOT DE

8o

BRUILOFT.

grond, onder allerlei voorwendsel, soms zelfs boosaardig. een gaat tot zijn akker, de ander tot zijn koopmanschap, en een derde scheldt 's Konings boden uit, beschimpt ze en staat hun naar het leven. Maar hoe ook hun wijze van weigeren verschille, op het roepen, op het herhaalde en dringende roepen dat ze toch tot de bruiloft komen mochten komt niemand. allerlei

De

,

,

Vanwaar dit verschijnsel? Soms zegt men zoo wel: „Predik

het Evangelie niet te strenge

niet te hard, stel het vriendelijk voor en

poog te lokken!" Welnu, dat geschiedt hier. Hier is niets hards, niet onvriendelijks, maar alles uitlokkend en verleidelijk. Er is een vriendelijk nooden. Er is een roepen naar een feestmaal. Er is een lokken naar een ure van vreugde en heugelijk verblijden. En toch, hoe zacht en boeiend en lieflijk ook de voorstelling zij, de lieden

komen

toch niet. Als den jongeling gezegd wordt, hard gezegd wordt: „Ga heen en verkoop al wat ge hebt," gaat die jongeling op dat harde zeggen ten minste nog bedroefd heen. Maar hier, bij de noodiging tot de bruiloft, is zelfs van die droefheid geen spoor te ontdekken. Men weigert, omdat men wil weigeren. Uit opzet, uit moedwil,, in vermetelheid van het hart.

Waaraan

dit

dan

ligt?

komen op

zulk een bruiloft als waarvan Jezus spreekt, was een hulde aan den Koning, in wiens naam de boden uitgingen, en juist die hulde aan den Koning brengen, dat wilde Zie, het

men

niet.

Of de Koning

die hulde aan zijn kroon en majesteit ook al aanlokkelijk en begeerlijk inkleedde, deed er niet toe. Als die bruiloft in glans en eere schitterde, zou het 's Konings glorie verhoogen. Liep ze daarentegen smadelijk af en bleef Hij alleen met de leege tafels, dan zou zijn eere gekrenkt zijn; en overmits nu

de genoodigden, in hun boos hart. Hem zijn glorie misgunden, en zijn smaad een zielsgenot vonden, daarom weigerden ze Hem het huldebetoon, en bleven ze weg, om Hem een ure der schande te berokkenen. Een bruiloft wilde men wel. Feestgenot bracht de zinnen in verrukking. Maar zelfs dat feestgenot had zijn bekoring verloren, als er de eere van den Koning meê verhoogd wierd. En zoo ligt het antwoord klaar voor ons. Dat op het roepen „ Komt tot de bruiloft " de genoodigden weigeren te komen is niets dan vijandschap tegen God in hun hart^ !

:

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 84

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's