Gomer voor den Sabbath - pagina 43
„MIJNE ZIEL
IS
VOOR U ALS EEN DORSTIG LAND
" !
39
weet het zelf van dorsten niets af; en straks bidt nu die mensch zoo hij wél bidt, om wegneming van die plage ook voor dien akker. En als dan eindelijk de regen nederdruppelt en de dorstige akker wordt mildelijk verzadigd, dan dankt Gods kind ook voor dien akker, dat de Heere er de plage van wegnam. In Israël, lees het maar bij Joel (i 9 v.v.), treurt de priester, als het land treurt, met en voor dat land. En als de redding gekomen is, juicht met den juichenden priester alle boom des velds voor het aangezicht des Heeren Heeren. al
:
Hierin nu is het beeld van den zondaar. Zooals dat land dor en verwoest ligt, maar het niet weet, dat en dies om water van den hemel niet roepen kan het dorst evenzoo is het met uw ziel van nature. Ook uw arme ziel ligt verschroeid en verdord. De bodem van uw gemoed is verhard en verstijfd. Er spruit niets uit op. Het ligt al met den valen tint des doods overtogen. IJl moge hier of ginds een enkel sprietje door de kluit dringen maar dor en geel en verzengd toont het zijn machteloosheid. Als een dorstig land ligt uw ziele in u. o. Als de wateren maar nederstroomden en het akkerveld uwer ziel de malsche dauwdruppen opving, hoe zou alles ruischen van vreugde en frischheid en weelde Maar het was dor en bleef dor, en wat nog het bangste is, hoewel geheel verdord, kent ge uw eigen dorheid niet en kunt ge " niet zeggen „ Heere ik dorst Dorst hebt ge niet ,
,
,
:
!
!
Maar denk nu aan wat
straks van het ,, dorstig land" gezegd is. het land, hoe dor en verzengd en verschroeid ook, heeft van zijn dorheid geen kennisse. Maar de landman , die langs dien dorren akker heenwandelt, die weet het, die voelt, dat het land dorstig is, en die bidt, dat de Heere den dorst van het land weg-
Ook
neme en
lessche.
En is ook dit niet uw beeld? Of wandelde ook langs de zoomen van uw
dorre ziel niet telkens die hemelsche Landman, die den akker uwer ziel aanzag, en in innerlijke ontferming haar dorheid gadesloeg, en die, waar gij nog geen dorst kendet; voor u en in uw plaats dien dorst voelde? En gelooft ge niet, dat deze barmhartige Hoogepriester toen ook voor den dorst van uw dorstende ziele bad, nog lang eer gij ook maar vermoeden kondt, hoe uw verdorde ziel in haar ^«gekenden dorst
wegkwijnde?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's