Onnauwkeurig? Aan "Het vaderland" in zake Mr. W.H. de Beaufort's verweerschrift - pagina 19
15 beriep
Hij
Bijblad p.
„Ten
dat,
«laarhij
op
deze
woorden
uit het Verslag:
(Zie
1180.)
slotte
wezen,
zich
werd door de Conimitisie van Rapporteurs vooral daarop gewelke keuze do Regeeriug omtrent de toekomstige inrichting
van het onderwijs in de godgeleerdheid of in de godsdienstwetenschap ook doen mocht, naar de overtuiging van de meerderheid der leden van de Kamer, de theologische faculteit, zooals die historisch bestaat, als maatbij voorraad onveranderd in wezen moest blijven. Er
regel van overgang,
moesten aan het Hervormd kerkgenootschap eenige jaren tijds worden om, hetzij dan dooi- oprichting van een of meer kweekscholen, hetzij door de inrichting v;ui cursussen voor dogmatiek enz., in de behoefte aan leeraren te voorzien. Dergelijke overgangsmaatregel was, ook volgens de Commissie van Rapporteurs, onvermijdelijk." gelaten,
Een
beroep,
waartoe de
Minister
nog temeer gerechtigd
was,
onderwijs, waarbij al wat dogmatisch is wordt gelaten, was denkbaar. Ware dit, ware eenzijdigheid niet te vermijden, dan zou men aan een en dezelfde universiteit hoogleeraren van ondersclieidene ricliting kunnen doen optreden. Andere landen geven het voorbeeld, dat nevens den leerstoel van oen Protestantsch hoogleeraar ^n de godgeleerdheid een leerstoel in dezelfde wetenschap aan een RoomschKatholiek hoogleeraar is ingeruimd. Waarom zou dit ook hier het geval niet kunnen zijn? Er waren enkele leden, naar wier oordeel het zeer mogelijk ware aan de verschillende kerkgenootschappen bepaalden invloed te geven op de benoeming der hoogleeraren in de godsdienstwetenschap. Zij niet
onoverkomelijk. Theologisch
terzijde
brachten zelfs wetsartikelen ter tafel tot strekking hebbende, om dit punr voorgoed te regelen. Deze laatste denkbeelden vonden echter minder weer-
Wel werd door
velen erkend, dat de wrijving van gedachten, die onderwerp in den laatsten tijd heeft plaats gehad, hun gevoelen eenigszins had gewijzigd. Bij hen woog vooral het belang, dat de Staat heeft hij het aankiocekea van ioetenschappelijken zin en veelzijdige kennit: onder de aanstaande godsdienstleeraren, die, eenmaal als zoodanig opgetreden, zulk een veelvermogenden invloed op de denkwijze der natie uitoefenen. Moest liet universitair onderwijs ook vormen en voorbereiden tot het bekleeden van maatschappelijke betrekkingen, dan mocht allernnnst de betrekking van den aanstaanden godsdienstleeraar uit het oog worden verloren." Hieruit blijkt immers, dat de „vele leden" liberalen waren. Noch Roomschen toch, noch Antirevolutionairen konden spreken van „de wetenschap van het Godsbewustzyn in den mensch". Voorts werd de wijziging van denkbeelden" erkend. En wat noch meer zegt, deze wijziging vuoral gemoklank.
over
dit
.,
door vrees voor het Calvinisme. Dit komt uit in dat zeggen: „die een veelvermogenden invloed op de dtnkioijze der natie uitoefenen."
tiveerd
zulk
De
vijfde faculteit
moest dus dienst doen voor een
jjolitiek doel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 60 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 60 Pagina's