Gomer voor den Sabbath - pagina 188
„MET MIJNE
184
ZIEL
HEB
IK
U BEGEERD!"
de aandrift der ziel begeeren en niet rusten eer ge uw begeerte hebt. De diepe, gapende afgrond, waar dit sterke begeeren uit opkomt is uw hart. De Heilige Schrift noemt dit „ Het diepe hart." Bodemloos diep. Zoo diep dat God zelf de eeuw in uw hart heeft gelegd. En dat hart (en hier merke toch een iegelijk scherpelijk op), dat diepe hart is leeg. Van nature is er in uw hart niets in. staat als schepsel brengt dat met zich. Een schepsel heeft niets. En ook al staat gij onder de creaturen het hoogst, creatuur blijft ook gij toch; en daarom ktmt ge van nature niets in u hebben. In den Heere Heere is het wezen; niet in u. En hol, ledig, naakt en ontbloot te zijn is uw aard, die u is ingeschapen. Zoo sterk, dat zoo te kwader ure allerlei inbeeldingen in uw hart zijn ingebroken, al uw heil juist daarin gelegen is, dat ge weer ö«/ledigd wordt en komt tot veral
,
,
:
,
Uw
loochening.
Wie het zich anders voorstelt, bedriegt zichzelven, en tot dien komt de Heere en zegt het hem aan: „Gij zegt, ik ben rijk en verrijkt
ge
geworden en heb geens dings gebrek, en ge weet
zijt
En
niet, dat
arm en naakt en blind!"
diep hart
ontzettende
,
en dat hart ledig ;
—
en toch
,
ook
dè,t is
nog het
niet.
Neen, al het aangrijpende, al het onrustbarende, al het noodvan uw hart verstaat ge dan eerst, als ge er nu bijvoegt:
lottige
en dat er op aafigelegd
om geheel
vol en vervuld te zijn. diep, geheel ledig, en toch op onverzadigbare wijze smachtende naar vervulling. Zooals het luchtledig de lucht inzuigt; zooals de dorre aarde den piasregen inzuipt; zooals een oog, dat in donker doolt, het licht indrinkt; zoo ook zuigt uw hart. Noem dat zuigen van uw hart nu hongeren, noem het dorsten, noem het begeeren; maar onder wat naam ook aangeduid, het is toch altoos dat éene zelfde hart, dat uit zijn diepe gapende kolken en ledige gewelven roept en schreeuwt om inhoud, om vervulling, om iets, waarmee het zijn ledige ijlheid verslinden en stillen en bedaren kan. hart moet dus begeeren. Een hart, dat 7iiet begeert, is dof en dood en in het levend lijf gestorven. En zoo kan uw hart niet kloppen niet geprikkeld worden niet trillen, of al zijn uitgang is éen begeeren, éen schreiend roepen uit zijn innerlijk ledig, om vervuld te worden met wat het derft is,
Een gansch wonderbaar
hart:
Uw
,
en
mist.
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's