Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den sabbath - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den sabbath - pagina 260

2 minuten leestijd

»MET MIJNE ZIEL HEB IK U BEGEERD !"

218 meester uit

Zoo

zijn.

onzinnigen

»tuk

op geld

een gierigaard

meer Avortel

over

van

zijn is

handelen

»gieriglijk"

is

En

hartstocht.

bang

en

een handelen

«gierigheid'"

niet

is

maar

orn geld uit te geven", neen,

een jammerlijk raensch, die geen meester

zijn

begeeren

alle

kwaad,

en

is;

omdat

daarom de zeggen wil: al

«gierigheid" fjicriglieid

diepe begeeren van zijn hart naar het goud der wereld laten uitgaan insteê van naar deheilschatten Gods.

het

Is

nu wél met uw

het

begeeren

prikkelen.

u nimmer rusten

ziel,

Prikkelen laten.

dan zal u een zeer dag en bij nacht.

bij

Maar

st'.rk

En

dat begeeren zal uitgaan

naar den Heere Heere; naar \tjii Naam en gedachtenis; naar xy'n diamanten en peerlen; naar het sieraad en het schoon van x/Jn geducht paleis. Toen Adam met zijn ledig, diep hart in het Paradijs zich voor het eerst bewust wierd, dronk dat diepe hart met éen diepe, volle teug op eenmaal den adem des levens uit God in. En Satans gruwel was juist, dat hij Adams hart straks zuigen liet naar de wereld. »Heere! mijn hart blijft onrustig," riep Augustinus uit, »tot het rusten

Schoon,

kan

kostelijk

in

U!"

en toch nog niet diep genoeg gezegd.

Neen, ons hart moet niet in God rusten, maar het moet God iij'n inhoud hebben; met den Naam des Heeren vervuld worden; het moet rusten, doordien het God in zich ontving; en dan zelfs nog niet rusten^ maar altoos opnieuw begeeren; om met frissche teug nogmaals en altoos weer in te drinken de schatten van zijn God. Daarvan zegt Jesaja »Mijn ziel heeft begeerd- in den nacht, en in den morgenstond zal ik vroeg zoeken." Daarvan zegt de Psalmist: »Heere! voor is al mijn be^ geerteP^ Daarvan getuigt de Spreukendichter »De beuit

U U U

:

:

geerte

der

rechtvaardigen

is

het

alleenlijk

goede."

En

daarvan durft de zanger in Psalm 27 4 betuigen »Eén ding heb ik van den Heere begeerd, dat zal ik zoeken, :

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den sabbath - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's