Gomer voor den Sabbath - pagina 218
„VOLSTANDIG TOT DEN EINDE."
214
niet wie in dien strijd onderligt, maar wie overwint, dien zal gereikt worden het manna, dat verborgen is, en dien zal gegeven worden, met Jezus eens te zitten in den troon zijner heerlijkheid.
„Volstandigheid nu ten stilstand onvereenigbaar.
einde
eischt voortgang- en
toe "
is
mei
Volstandigheid is voor Gods kind het volharden in zijn heilig opzet, om steeds nader bij zijn God te komen; om weg te vagen de nevelen, die het aangezicht zijns Vaders in den hemelen voor hem verborgen hielden en om niet enkel in machtige en aangrijpende maar in al den loop des levens den vijand zijner gebeurtenissen ziele af te weren, en te blijven nabij zijn God, Niet alsof dit altoos gelukken zou, o, Ware er nooit een onderliggen, nimmer een uitglijden, nooit een verachtering in genade, er zou geen worsteling in het leven van Gods kinderen meer zijn; en zelfs waar het zoo langs een efifen kabbelend stroompje schijnt voort te glijden, weet toch het hart het wel anders. Maar dit is uw volstandighsid dat ge, onderwijl ge wordt neergeworpen, reeds weer kermt, om door uw God te worden opgericht; dat ge onder het uitglijden de hand reeds weer grijpt, die u reddend wierd toegestoken \ en dat ge door wat list of strik ook van uw God afgeraakt, het buiten Hem niet uit >èz^«/ houden; en daarom nog van het klein gebergte en onder het neerdruischen van de watergoten, naar uw God roept, gelijk het hert schreeuwt naar waterbeken die het niet meer ziet, maar toch klateren hoort van verre. Bij een ingebeeld kindschap is er een enge poort van eigen maaksel en, eens die poort door, is er voorts tot aan den dood toe niets dan een werkeloos nederzitten in zelfbehagende gepeinzen. Uit den dood zonder een reuke des levens. tot den dood Maar gingt ge de echte poort door, o, dan trilt en tintelt het voorts alles van leven en worsteling; dan is er strijd en onderliggen en een weer overwinnen al de dagen, dat God u nog het aanzijn ;
,
,
,
,
,
op aarde vergunt. En dan schittert ze ons tot troost en den naam des Heeren tot prijs die van God gewerkte volstandigheid waarvan de Christus het zijn jongeren toeriep: „Wie volstandig zal zijn tot den einde, die zal zalig worden". ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's