Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 70
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
16 tusschen wat politiek en wat maatschappelijk onze moet beheerschen, zoo zou langer uitstel van 't principieel onder de oogen zien van dit veelomvattende vraagstuk zich vooral in deze nieuwe periode aan ons wreken. Van zelf mag ons ter hand nemen van dit zoo hoogstbelangrijk probleem geen oogenblik de finale afdoening van het Schoolgeding vertragen. Het zou ontrouw aan ons verleden zijn, indien we onzen half-eeuvv^schen strijd voor het erlangen van onze Vrije School, nu de overwinning bijna behaald is, ook maar een oogenblik dorsten staken. De „Vrije school" blijft als bezielende leuze met gouden letteren in het vaandel van onzen staf prijken. Doch naar we hopen durven^ zal, eer de vier komende jaren om zijn, dit eerevaandel in onze hoofdwacht zijn bijgezet, en dan zullen het niet 't minst onze kloeke onderwijzers zijn, die bij de garde van het corps dat den socialen strijd aandurft, woorden ingelijfd.
houding
existentie
Slechts wachte men zich hierbij voor het kiezen van een averechtsch uitgangspunt. Steeds moet het onze leuze blijven, om aan alle sociaal optreden duurzaam zijn vrij en zelfstandig karakter te verzekeren maar van meetaf moet hierbij steeds afgegaan op het vastzetten van den ruggesteun, dien het Staatsbestuur aan onze maatschappelijke levensuiting te verzekeren heeft. De vroegere opvatting, alsof de Overheid, en met haar de Wet, buiten alle sociale levensuiting ware te houden, heeft haar tijd gehad en is niet meer vol te houden. Omstandigheden van haar wil en toeleg onafhankelijk, stellen veeleer de Overheid onder steeds ernstiger verplichting, om aan het maatschappelijk leven zijn vrijen gang mogelijk te maken, juist door het aan de regeling en bescherming der Wet te binden. Zelfs kan het hierbij zóó ver gaan, dat de Overheid geheel een deel van de maatschappelijke taak voor haar rekening behoort te nemen. Denk slechts aan het post- en telegraafwezen. Voorzoover ge de H. Schrift raadpleegt, is er van een eigenlijk postwezen nog geen sprake. Alleen uit Perzië vernemen we, dat de Vorst over een corps ruiters beschikte om zijn orders en bevelen op 't snelst naar alle deelen van zijn rijk ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's