Gomer voor den Sabbath - pagina 158
„ONZE LIPPEN
154
En dan
men dan zegt: het hooge antwoord:
als
is
ZIJN ONZE.'
„Mensch! houd uw lippen toch in!" „Onze lippen zijn onze! en met mijn
lippen braak ik uit, wat ik wil!" En al raast gij nu niet derwijs in waanzinnigen vloek, dat doet er niet toe.
Elk woord
van nijd; elk woord, dat bitter is; dat grieft en dan om der waarheid wille zeer doet; dat lasterlijk is; of ook maar achterklapt; het is al uit éen bron. Het is uit dat venijn, uit dat addergif, dat door de zonde uwer lippen krenkt;
is
dat
anders
aangebracht.
Schriklijk misbruik van die lippen, die niet uw God u heeft geschonken.
uwe
zijn,
maar
die
Toch
is niet elke droppel van dat venijn wrang. Er zijn ook droppels in dat addergif. En als dat venijn werken gaat, dan wordt de lip vleiend. Van die vleiende lip heeft de psalmist in het twaalfde lied reeds geklaagd. Dan heeft men een doel. Men wil zich indringen. Men poogt iemand, als de spin het vliegje, te omwoelen. En als ge dat nu met open woorden deedt, zou hij zich loswringen uit uw rag. Maar nu neemt ge klevend rag, dat hem streelt; dat hij prettig vindt; waar hij gaarne naar luistert. En zie, nu is uw slachtoffer in uw macht. vleitaal bedwelmt hem. En gij bereikt uw doel. Boos is uw opzet, maar de gevleide drinkt het als lieflijke bedoeling in. En zoo slaat ge twee vliegen in éen klap. Ge krijgt gedaan wat ge wilt, en voor een volgend maal blijft de kans voor u open. Misschien keert hij om weer gevleid te worden vanzelf, uit eigen aandrift, zich naar u toe. o, De vleier is zulk een gevaarlijk zondaar! Alleen maar, hij gebruikt zijn lippen niet als „zwaarden "; neen, hij vangt u, gelijk de vogelaar, in een strik, waar gij zelf invliegt. Salomo heeft in zijn Spreuken er u reeds voor gewaarschuwd. „De strik van den booze," zei hij, „is in de misdaad van zijn lip."
zoete
Uw
,
,
In den vleier schuilt de leugenaar. En dat is de diepste gruwel, dien het venijn der lippen werkt. De lip van een zondaar is valsch. Soms laat hij in drift en woede het booze hart langs de monding der lippen uitvloeien. Maar lang niet altijd. Hij heeft ook de kunst geleerd, om, onderwijl de stroom uit zijn hart naar de lippen dringt, dien tegen te houden, en iets uit zijn lippen voort te brengen, wat niet alzoo in zijn hart is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's