Gomer voor den Sabbath - pagina 98
94
55
IK
ZAL U GEEN WEEZEN LATEN."
Hoe leeg, hoe verlaten zullen ze daar dan samen staan! Met wat vragende oogen zullen ze elkander dan aanzien! Wat eindeloos ledig zal dan hun hart benauwen Wat heimwee naar den Eenige, die wegging, zal dan sluipen om hun ziel! Die gedachte ontroert hen dan ook ontzettend. En Jezus merkt die onrust, die hun gemoed vervult, en roept het hun daarom zoo vrede-ademend toe: „Uw hart, mijn jongeren! worde «/<?/ ontroerd. !
•Gij
gelooft in
Wat was
God, gelooft ook
in
Mij l
."
.
.
wat beduidde dat ? Ook in Hem gelooven Maar deden ze dat dan niet ? Doch hoor, daar ontraadselt de Heere hun dat geheimzinnig woord. Het is het bange voorgevoel van als weezen verlaten in de wereld te staan dat u die onrust in de ziel stort. Nu dan ziehier het woord mijner vertroosting: ,,Ik zal u geen weezen laten. Ik kom weder tot u " En natuurlijk, een bespotting van hun vreeze zou dat geweest ^ijn, als Jezus hiermee alleen bedoeld had: Straks na mijn opstanding verschijn Ik u weder! Want immers, hoe karig toegemeten waren niet de uren, waarin Hij die veertig dagen hun zijn bijzijn schonk. Verschijningen, die ge tellen kunt. Die het tiental niet overschrijden. En soms in enkele oogenblikken voorbij zijn. Neen neen dat kon Jezus niet op het oog hebben toen Hij sprak van hen ^een weezen te laten. Want als het daarop alleen gedoeld had, hoe bitter moest dan <ie teleurstelling niet zijn, die terstond daarop volgde, toen Hij weer wegging, nu van den Olijfberg, om hen voor altoos tot aan het einde hunner aardsche dagen, te berooven van zijn zalig bijzijn. ,
!
,
,
!
,
,
,
^
Er lag dus
iets
Toen
Hij in zijn geest in
meer,
iets
diepers
in.
Gethsémané van hen scheidde en straks op Golgotha 's Vaders hand beval, kwam het tusschen Jezus en
zijn jongeren tot een breuke.
Toen was Hij Toen hadden ze
Toen waren ze beroofd en verlaten. meer aan Hem dan de zoete maar nu titter geworden heugenis van wat Hij die drie jaren voor hen was. Zoo wierden ze waarlijk als weezen, nu Hij weg was, die hun meer dan vader en moeder saam was geweest. Maar nu,
Ook nu
bij
rijkere
worden
j
omgang
niets
,
,
opvaart ten hemel, is dit alles heel anders. wel een afbreken van den omgang, waaraan ze maar kwam er voor in de plaats een andere, nog met hun Heere, die zelfs door hun dood niet zou zijn
er
is
gewend waren
gestorven.
afiscebroken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's