Eer is teer - pagina 26
werd
de vestiging der Oligarchie nog een schrede verder gegaan.
in
Geslachten, bijkans uitskiitend in de Regeering geraakt en met den
naam van van
Patricischc h\imihën vereerd, streefden naar crfcHjkheid
gezag en schroomden
niet zich
van ambten en bedieningen
als
omtrent onderhngc \erdeehng
van wettig eigendom,
nde overeenkomst
te verstaan.
ijverig in werkelijke
ondersteuning waren
in
huishoude-
Verantwoordelijk aan niemand en zij
Al verder: ;>Aan rechten en vrijheden der
Koningen van het land."
^)
aan haar recht-
burgerij,
streekschen of zijdelingschen invloed op staats- of stadsbeheer werd natuurlijk niet gedacht.
Gunst der Regenten was het eenig middel van
deelgenootschap aan de voorrechten en winsten van het gezag."
nogmaals
»Familieregeering
:
onder stadhouderlijk bewind, beweerde een gemeenebest toezicht
dan
in
zoodat
het
overige
domestiek
Regenten, beslist werd.
3)
En
Aldus oppermacht der magistraten, tegenover partij
in
rechten.
Het overwicht was
wel erkent Groen van Prinsterer,
nog nader aan
A'a.'i
die
leefde, het
oor wilt leenen, zal toch ook L\v indruk
van Prinsterer zich eer inbond zijn vader,
»Dan 7vie
dit
bij
zijn
stond en het
aan
door-
dat Groen
aanklacht dan overdreef.
dat
zijn
vader zich nimmer
niet weg,
deed dit niet in dien
zoo gaat
tijd r),
hij
de eigenlijke
bij
aansloot en weigerde met de Democraten
neemt
zijn,
als Gij
meè
Dr. Isaac Bilderdijk, sprekende, schrijft Rilderdijk in
autobiographie,
Doelisten
dit tijdperk
Am-
bij
persoonlijke
maar
Bildcrdijk,
zijn
te zijn, buiten
gerekend, en, naar goedvinden der
acJithaarheid in den regel ge\\cldenarij voorkwam,
Van
zelfs
hetgeen haar vereeniging met de andere steden betrof;
de weerlooze burgerij,
sterdam!"
En
-)
dus in de steden, waarvan elke,
mee
te
doen.
voort, dal mijn vader luidkeels
(tv^
Amsterdam zoo
het gedrag der Regeer ing van
De algemeene bezwaren waren talrijk, en schoon het zeer verre is dat ik, na gedaan onderzoek van dat punt, ware ontrouw in de zaken van het bewind onderstellen zou durven, de handelwijze was zoodanig de Burgerij tegen de borst stootende, en daar in zoo veel onzedelijks en dikwijls zoo veel belachlijks, dat men niet wel een vriend van de Stedelijke magistrature kon zijn, ten minste in deze stad, zonder onverschilligheid voor betamen, voor willekeurig als verdrukkend voor de Burgerij, veroordeelde.
'j
Handboek van de Geschiedenis
des Vaderlands, p. 442.
-)
I*.
443.
')
P. 495.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 70 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 70 Pagina's