Gomer voor den Sabbath - pagina 154
„MET NETELEN BEDEKT.
150
de nijvere vlijt er bloemen plukt, en de geestelijke luiaard gestoken wordt door zijn eigen netelen. Met de werkheiligheid en de eigen verdienste heeft dat niets te maken; en onze geestelijke zielsluiaards die onder vrouwen en mannen zoo gereed zijn, om met een schimpwoord tegen de werkheiligheid hun zondige verspilling van geestelijke kracht toe te mogen toezien dat de zoo verachte werkheiligen van dekken Ninevé hen niet voorgaan in het Koninkrijk der hemelen. Neen, tot zijn wedergeboorte brengt niemand iets, ook maar het allergeringste toe, en wie op den geestelijken akker, dien God de Heere hem toevertrouwde, het houweel of de spade en straks den sikkel hanteert, die weet uitnemend wel, dat het zaad, dat hij strooit, van God is, en dat van God de krachten zijn, die in dien akker op dat zaad werken zullen, en van God de zon, en van God de regen, en van God de wasdom en het gedijen; maar inmiddels mag hij niet in zijn hutje blijven droomen, maar moet er uit, dien akker op, en de hand aan den ploeg slaan, en hij arbeiden den lieven langen dag in het licht zijns Heeren, opdat Gode de eere zij.
dat
,
,
,
Geestelijke vlijt noemt de Heilige Geest in de Schrift: naarsiigheid, en elk lezer en minnaar der Schrift weet, hoe gedurig het
vermaan om u
te
benaarstigen, door den Heiligen Geest herhaald
wordt.
Geen dofheid en dompheid en loomheid. Dat baart het geestelijk moeras. Maar toewijding en inspanning van kracht. Een weer oprichten van de slappe knieën en de trage handen, om kloek, om manlijk, om in al de spanning van uw heilige geestdrift te dienen deu Heere uwen God. Dienstknechten en dienstmaagden uws Heeren zijt ge, en een dienstknecht en dienstmaagd zijn er, niet om stil te zitten en niets te doen, maar om te dienen, dienende te arbeiden naar het hun gegeven gebod en rusteloos in den dienst huns Heeren bezig te zijn. " „Mijn Vader," sprak de Heere, „werkt tot nu toe en Ik werk ook volijverig en gezwoegd heeft, gearbeid En zie, hoe een Paulus in den dienst zijns Heeren tot zijn einde toe. En zoo dan is ook onze roeping niet om te sluimeren als kinderen des nachts, maar om te arbeiden als kinderen des daags. De nacht komt, waarin niemand werken kan. En zoo moet er dan in naarstigheid en volijverig ook in uw geestelijk aanzijn gearbeid. Gearbeid in uw geloof Gearbeid in uw hope. Gearbeid in uw liefde. Volijverig nagespeurd alle u van God gegeven kracht en talent, en die kracht en dat talent niet in de aarde begraven, maar met woeker aangewend. ,
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's