Gomer voor den Sabbath - pagina 171
„MIJNE schapen!"
167
„Ik ben de goede Herder en Ik ken mijn schapen," dat was het voorlezen aan zijn kerk van wat in dit keurig beeld der kudde bij
de schepping bedoeld was en van de schepping er
lag.
Als God de Heere ons zulk beeld geeft, is het zoo rijk en zoo schoon. Of als die sehapen der kudde op elkaar dringen en niet van elkaar te scheiden zijn zoodat waar het eerste schaap gaat al de andere opeendringend volgen en nakomen en ge uit de verte éen veld van witte wol ziet, en nauwlijks schaap van schaap onderscheiden kunt, spreekt dan daarin de liefde niet, die teedere, innige, aanhankelijke liefde, die de leden Christi verbinden moet? Heeft dat dan aan de kerk niets te vertellen van „de gemeenschap der heiligen " ? En als dan de zonen van hetzelfde huis zoo vaak verdeeld uiteenloopen elk naar een kant, gaat er dan van het instinct dier kudde niet een roepen uit, dat u een verwijt brengt en u beschaamt? Hebt ge in streken, waar kudden van duizend schapen en meer ,
,
,
bij het uitgaan uit den schaapstal het vroolijk blaten wel eens beluisterd? En is dan dat blaten als met éen stem, met éen geluid, niet als de morgenpsalm met éen akkoord door heel de kudde voor heur Schepper aangeheven? En ook die éene stem die zich uit aller keel saampaart en als met éen akkoord door de velden dreunt, heeft zij geen sprake voor
samenweiden, des morgens
,
de kerke Gods, dat ook zij in veel hooger zin als met éen stemen in éen heilig akkoord haar lofpsalm voor haar God heeft te jubelen? Duiken niet, als de kudde langs een beek wordt geleid, al die vriendelijke kopjes neer, om aan eenzelfde stroomend water zich den dorst te lesschen en als er maar plaats is plukken ze dan het groene gras niet van eenzelfde weide? En als ze zich moé hebben gehuppeld en de zon gaat hoog staan en het uur van ruste is gekomen leggen ze zich dan niet allen saam als in éen kring om den herder neder, half tegen elkaar aangedoken en als leunend op elkaar? En dit wondere instinctieve liefdeleven die gemeenschappelijkheid, dat instinctief gezellige en saam doorleefde leven, is het niet een beeld, heeft het niet een sprake Gods, die het „Vader! dat ze allen éen zijn mogen!" zoo wonderschoon voor ons vertolkt? geluid
,
,
,
,
En dan
die ongeziene en toch zoo sterke band aan den herder! Schier elk ander dier vindt zijn eigen weg; maar het schaap en het lam is zonder den herder blind, en kent niets, en komt om!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's