Gomer voor den Sabbath - pagina 77
„DOOR
ZIJNS ZELFS
OFFERANDE.
73
en onverdeeld Hem, zijn God, toebehooren, en alzoo Gode een welriekende reuke zijn wil en zijn zal? Dit is zijns zelfs offerande. Niet in zinbeeld, maar in werkelijkheid. Niet langer een var uit stal of kooi, maar zichzelven. Het schepsel in eigen persoon en wezen, gelijk de Schepper het vroeg. Want wel kan de Zoon naar zijn eeuwige Godheid nooit anders dan God zijn, maar zijn menschelijke natuur was creatuurlijk. En die zei Hij zijn God toe; en die legde Hij op het altaar des Heeren; die heeft Hij ter offerande Gode en zijnen Vader gewijd. Waar alles op aarde riep: ,,Hoe zal ik mijzelven handhaven, en juist hoe zal ik mijzelven bezitten en mijzelven toebehooren? " in dat schijnbaar manmoedige woord het vermetelst de eere van zijn God aanrandde, daar komt over de lippen van Messias het eerste zoete woord voor God: ,,Zie: Ik kom om uwen wil te doen en niet Mijzelven toe te behooren. o, God, neem mijn zelfs" oflferande aan
—
U
!
Er was dus 2;(?//>ofFerande in Messias ook vóór en buiten Golgotha. Reeds daarin dat Hij de vleeschwording aan had gewild. Daarin vleesch geworden Satans aanbod afsloeg en den diepen dat Hij ,
,
,
weg van bloed en tranen Daarin
ook,
dat al
koos.
zijn
spijze
was Gods wil
te
doen.
Daarin
niet het minst, dat Hij Gods wil deed, waar niemand dien deed; en alzoo tegen den prikkel der verleiding, die in aller anderer boos voorbeeld lag, in. Maar toch, hierbij kon het niet blijven.
had onze natuur aangenomen; en deze onze natuur hadden onder het oordeel des doods gebracht. Zoo kon er dan geen ^^//j-offerande zijn, of de offerende moest tot in die natuur zelf doorgaan. Het brandoffer, dat op Sion geheel verteerd wierd, wenkte als heilige roeping. Zooals die var in den dood ging, zoo moest ook Hij tot in en door de poorte des doods zijn zelfsofferande Gode toebrengen; en zooals het bloed van dien var vergoten en geplengd wierd, zoo ook moest zijn bloed vloeien en gesprengd worden op al zijn volk, zou de zelfsofferande van Messias volHij
wij
komen zijn. En toch is Hij niet achterwaarts geweken, maar heeft uit liefde voor zijn God en uit liefde voor Gods volk ook dat dal der schaduwen des doods al de dagen zijns levens doorwandeld, en is, toen het einde van zijn einde gekomen was, van die schaduwen des doods tot den dood zelf ingegaan en altoos roepende „ Zie Ik kom om uwen wil te doen!" is Hij door dien dood doorgedrongen tot achter het voorhangsel, in het heilige der heiligen van zijn God! ,
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's