Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 109
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
lag.
Denk u
slechts in
de dagen van den Zwijger en van Marnix
de gulden lijn der historie teekent zich van zelf. Van den "dag van Den Briel af, treedt op onze erve een geestelijke terug, en
zielskracht naar buiten, die nog altoos haar wedergade zoekt, en waarvoor nog aldoor schrijver na schrijver, hier en in 't buitenland, zijn wierook ontstak. Ons Nederland heeft noch in de
Middeleeuwen, hoe schitterend het ook toen reeds opbloeide, noch ook in later eeuw, ook maar van verre een zóó eenig roemrijk standpunt ingenomen, als in de dagen toen Leiden ontVraag het maar aan zet werd en Alva van ons vlood. Fruin's geschriften, Robert raadpleeg Brink, Bakhuizen van den tegenover ons diametraal en hoewel beiden op geloofsterrein stonden, kenden toch hun eerbied en hun lof voor wat de Calvinistische vaderen hier bestonden, nauwelijks grens. Ons volk is toen groot in den hoogsten en in den rijksten zin des woords geweest. Het martelaarschap dier dagen kwam het martelaarschap onder Decius en Diocletianus nabij, en, hoe klein van omtrek ook onze toenmalige Zeven Provinciën waren, toch zijn toen de dagen doorleefd, dat het kleine Nederland twee wereldmachten tegelijk weerstond. Schier tooverend heeft ons zoo kleine Nederland toen aangedurfd, wat op geen ander even klein gebied, waar ter wereld ook, bestaan
is*
Doch, ziehier nu de jammer. Gelijk in Israël na de korte glorie van Isai's zoon, en na het snel verbleeken van Salomo's verblindende pracht, 't zich al even snel ontwrichtte, als 't vast- en ineen was gezet, zoo ging ook hier maar al te vroeg en al te somber de glans van het Calvinisme weer te loor. De min-geestelijke massa kreeg weer het hoogste woord.
Van
de Zilvervloot ging al spoedig een machtiger bekoring en de schatten uit uit dan van 't herwonnen Evangelie Oost en West, die zich hier ophoopten, drukten door hun overwicht de vrije geestelijke uitademing ter neer. Na 1627 ging de zegevierende invloed van Dordt in het Remonstrantisme onder. In onze verwereldschte maatschappij zich niet meer thuis gevoelend, trok het vrome volk zich almeer van het publieke erf terug. Hooger dan Jacob Cats kon de poëtische bezieling reeds toen niet meer mikken. Staatsverbod belette het weer samenkomen van een nationale Synode, en in zulk een. mate was reeds twee eeuwen later ons beste volk van zijn oorsprong vervreemd, dat zelfs volgelingen van ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's