Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 269
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
;
45
Zoo
Gijzelf dus,
ziet
van uw
voorgeven,
uw
U
was
critiek,
U
En mocht
wat
opsomde,
ik
dan
komt,
wat
voor
aan
de
thans voor het minst
Gij
lijkheid
aan de
omdat
niet,
ook
en
man
Hier toch raakt
De
heb.
zij
zelven
acht; en voorts dat ze
ook
Synodale orga-
endosseerden.
protest tegen het
»
^)
overlaten der zede-
uw degen de
nimmer hoop
dat ik
toespraak op de
gezegd
ten
zin
niettemin de volle verantwoor-
ligt,
bestrijdt,
iets
mijn
in
uw
eonscientie'.
Gij
noch
doeld
bij
iets helderde)-
met wat
reeds
ik
nisatie èn dien van de Schoolwet als één
zijn
555
alles
delijkheid dragen, in zooverre ze èn den wissel der
Korter kan ik
bl.
mij de stille
laste
dat
hun optreden
acliter
is
engeren
in
genoegzaam gewonnen
pleit
aan
tegenwerpen, dat toch niet
Liberalen
antwoord,
mijn
zij
deden mijn
Ge op
Gun
volmaakt helder".
»niet
hoop, dat mijn toelichting het
gemaakt hebbe.
Heer, wat er
Mijn tegenstelling, zoo schreeft
Belijders overgelaten."
van
Hoog EdelGestrenge
had ook het Liberalisme »de Religie aan de
als
te
mijne
zelfs
verdedigen
Deputaten vergadering noch be-
Overheid,
zoo voert Gij mij
tegen,
maakt wetten op den persoonlijken eigendom, op het huwelijk en op
nulliteit
van
contracten
mocht de Overheid mogelijk
zijn
;
dit niet,
ter
oorzake van onzedelijke bedingen
dan zou
er
eenvoudig geen wetgeving
een wetgeving, die met het menschelijk leven in aan-
raking komt, onderstelt zedelijke overtuiging.
geen woord.
om
zich
bij
Wat
ik
-
— Hierover nu verspil ik
zoo straks over de verplichting van de Overheid,
haar regiment aan den wil van
God
schreef, bewijst voldingend, dat Gij mij hier een ik beslist
verwerp. Slechts teeken
ik,
nu
te
onderwerpen,
meening
Gij dit
toedicht, die
punt toch
ter
sprake
brengt, ook hier even aan, hoe Gij wilt, dat de Staat een aiito}ionic zedeleer
als
richtsnoer
zal
kiezen, terwijl wij, Antirevolutionairen,
tegen
uw autonome,
ging,
de onveranderlijke beginselen stellen van Gods wet.
het
') zij
krasser
uit
te
Voor uw opmerking,
het mij veroorloofd
U
als
het kruiend oeverzand wisselende, overtui-
spreken,
als
dat de Minister te
de volgelingen van Mackay
Art. 23 in zijn
Of om Van Houten,
ontwerp
niet schrapte,
verwijzen naar de Standaard van 10 Juni 1889.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's