Gomer voor den Sabbath - pagina 57
„HEBT UWE VIJANDEN
LIEF.
53
vijand zijn geworden, en tegen wie deswege de haat in uw hart het sterkst opwoelt. Gods vijanden en onze vijanden mogen hier dus nooit verward worden. En slechts daarom mag ook tegen de vijanden Gods persoonhjk onze wrake nooit uitgaan, omdat zoo vaak bleek, hoe wie nu nog een vijand Gods is, straks Zijn uitverkorene kan zijn. Heden Saulus morgen Paulus. En daarom verblijve, ook wat de vijanden Gods aangaat, de ,
wrake aan den Heere, en
Maar anders
staat het
late
onze
van wrake
ziel
af.
met uw persoonlijke vijanden.
hen toch moet ge niet enkel van wrake aflaten, zoolang ge zoudt kunnen vergissen; maar altoos, in volstrekten zin; ja, \\ moet ge de wrake in haar tegendeel omkeeren eu uw vijand liefBij
,
hebben. En vraagt ge, in wat zin dat bedoeld is, dan eischt de Heilige Schrift uiteraard niets tegennatuurlijks van u, en vraagt dus niet, dat ge uw vijand lief zult vinden; dat ge hem beminnelijk in zijn woeden zult keuren ; en met zekere zoetsappiglieid ofi aandoen lijk zult zijn voor zijn
boos en bitter woord.
Neen, integendeel, de Schrift eischt, dat ge den bitteren beker, dien hij u mengde, tot op de heffe toe zult uitdrinken; goed en terdege proeven zult, hoe bitter en wrang zijn nijd en haat is; en in vollen omvang weten zult, dat die man wezenlijk uw vijand en die vrouw u haat. Op het diepe, volle besef van die vijandschap dingt de Heere
dus is,
niets
af.
stelt dien man en die vrouw voor u, zooals ze werkelijk in het leven tegen u optreden. Hij spreekt van uw vijand, in al den schrikkelijken, bangen zin van het woord. En nu stelt Jezus u den eisch, den strengen, den onverbiddelijken eisch, dat dien man, die vrouw als zoodanig, in qualiteit van u\t vijand; niet als ze straks ophielden het te zijn; maar nu, zooals ze daar vijandig en in vijandschap tegen u overstaan, en dus als uw
Neen, neen. Hij
vijand hen zult liefhebben. Zooals Hij aan het kruis hing, en in elke pees en in elke zenuw de wringende, schrijnende doodssmart gevoelde, die zijn vijanden Hem aandeden, en hun bittere woorden opving, en /<7^« ze liefhad en voor hen bad, zoo wil de Heere, dat ook gij, wetende, gevoelende, ervarende, dat deze man oi die vrouw u ten vijand is, ze op datzelfde oogenblik zult zegenen voor ze zult bidden en ze als uw vijand zult liefhebben. ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's