Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 259
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
35
mannen,
en
Lutheranen,
stelregel
dan verwikkelt
dit zoo,
hun medestanders, zoo onder
al
onder Hollands Calvinisten en Duitschlands
als
de eeuw der Reformatie en
in
kwam, eiken anderen is
met
saam,
allen
zij
Hugenoten
Frankrijks
de eeuw, die daarna
in
ah jfodde/oos hebben
Gij
uitgekreten.
dat een goed
spraak, door tegenover mij de bewering op te zetten, Protestant, door
historie
verwerper
naam
van
dien
Veeleer zou
ik,
met
U
staan, indien ik U, als
stelregel, het erfrecht
op den Protestantschen
de hand, sterk tegenover
in
komen, het
te
betwistte.
ontnam de
Zelfs
om
voor den dag
stelling
op den Protestantschen naam verbeurt.
recht
de
met zulk een
Maar
uzelven immers in onoplosbare tegen-
te
U het recht
van ons eigen Gemeentebest
historie
beweren, dat deze stelregel
»
een kerkelijk orgaan" eischte, ten
einde voor den Staat het richtsnoer van
handeling
zijn
te bepalen.
Gij kunt toch weten, hoe onze vaderen steeds ontkend hebben, dat
Kerk
de
in
staande,
plichting
onder één
voor te
eerst
inzicJit
dit
weg had voor
dit
ordinantiën
Gods
Rome namen
beslist positie.
geroepen
regeeren,
te
U
geef ik
toe,
zestiende
weer op hen beroept, te
zetten,
zie
te
beiderzijds steeds
geleid
was,
om
bij
onze Cal-
Een vorst, die Godes gratie
stond in zijn eigen conscientie
God verantwoordelijk en had zelf, persoonlijk, dat God hem in zijn Openbaring ontstak.
"•
der mannen van de
stempel
de
in
punt zeer
bestel
Gods volken
men
hield
Dienaresse Gods. Tegenover
Goddelijk
zoeken,
nooit
zoo
de Kerk onderzoek doen naar hare ver-
bij
met name op
van
Toch,
niet
als
het
dit
zelve,
moet door eigen
worden en
vinisten
deze materie aan de Overheid haar
De Overheid
teekenen.
blijft
critiek
ook over het standpunt
eeuw geoorloofd
om
;
en mits
op den Protestantschen
gaarne ook hetgeen Gij
ik
het licht
als
U maar naam Uw
Gij
proeve voor.
zulk een critiek levert, op staanden voet onder de oogen.
Ik ga
daarbij uit
van de zeker
tegenover den almachtigen spreekt,
God de
en dat onderwerping aan
niet
gewaagde
plicht tot zijn
onderstelling, dat
onderwerping vanzelf
wil uiteraard het praedicaat
van volledige onderwerping met zich brengt. Ding ook,
op
dien
eisch
af,
en ge hebt geen
God
iets,
meer.
hoe gering
De
souverei-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's