Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 42

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 42

2 minuten leestijd

„MIJNE ZIEL

38

IS

"

VOOR U ALS EEN DORSTIG LAND

!

O, Mijn broeder, mijn zuster, dan begint de mond van lof en over te vloeien. Dan wordt het al aanbidding. Dan smelt heel uw ziel in zalige verrukking. Ja wie zou dan al den lof des Heeren uitspreken Wie naar waarde eenigszins verhalen wat Hij u nietig stofje aan de weegschaal, u, drupje aan den emmer, naar zijn grenzenlooze ontliefde

,

!

,

,

ferming aan

uw

ziel

gedaan

heeft!

DERDE ZONDAG. „MIJNE ZIEL

IS

VOOR U ALS EEN DORSTIG LAND!" Ik breide

U

;

mijne

mijne handen uit tot is voor U als een

ziel

dorstig land. Ps. 143

:

6.

Een dorstig land weet niet, dat het dorst heeft. Eigenlijk is het dan ook niet dorstig. Het heeft geen dorst. Wel heeft het gebrek aan water, aan vocht, aan levenssap. Ook kan het alleen door water, dat er op gesproeid wordt, weer groen gras doen uitspruiten. Maar zelf heeft het hier geen kennis van Het heeft geen bewustzijn. Een akker is dood en kent zijn eigen plage niet. Toch spreekt de Heilige Schrift gedurig van een „dorstig land"j niet enkel overdrachtelijk om op onze ziel te doelen maar ook in eigenlijken zin, als ze spreekt van het veld, van een stuk ,

land, van een akker. Dit komt daarvandaan, dat de Heilige Schrift de natuur nooit van den mensch afscheidt. Die natuur is er om den mensch; als Adam valt, gaat de vloek ook over de natuur uit; al het schepsel zucht, verwachtende de openbaring van de heerlijkheid der kinderen Gods; en eerst als de heerlijkheid eens voor Gods kinderen ingaat, komt ook die natuur weer van onder haar plage uit. Dat er een akker ligt te verdorren uit gebrek aan vocht, is alzoo om de zonde; en de mensch, die zijn zonde bekent, ziet nu op dien akker als om zijneniwil lijdende neder. Zoo leeft die mensch in het leven van dien akker in; voelt voor dien akker, wat die akker zelf niet voelen kan; spreekt zoo uit, dat het land dorst,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's