Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 78
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
24 splintering
op merkbare krachtsderving
te staan,
geen nood;
veculev pout mieux sauter, d. w. z, het tijdelijk teruggaan om straks met te forscher sprong vooruit te komen, meer dan eens voor ons het voorspel van een schitis Liet onze Antirevolutionaire partij terend slagen geweest.
het
ware het ook slechts voor een overgangsperiode, van de eere Gods, en daarmee van haar levensbeginsel, aftrekken, zoo gingen we onder, om nimmer weer op te staan. En daarom niet vertraagd en niet geaarzeld. Laat ook op deze Deputatenvergadering onze belofte van trouw aan onzen God vernieuwd worden. Worde de hechte broederband, die ons saam vereent, met vernieuwde innigheid nogmaals aangetrokDrage het gebed ons bij elke vernieuwde worsteling. ken. En zij Gode de dank op 't altaar geofferd voor elke zegepraal die Hij ons toebeschikt. Mannen broeders, we waren van oudsher een minderheid, en zullen ook nu een minderheid blijven; doch wat onze Vaderen steeds redde, zal ook ons en ons nakroost in de ons op 't hart gebonden, zoo heerlijke taak doen volharden. Van onzen God afgedoold, is 't al reddeloos voor ons verloren; maar in trouwe bij onzen God volhardend, blijft ons en ons nakroost een toekomst en dan een toekomst in Godes zich, al
glorie verzekerd.
Ik heb gezegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's