Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 223
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
23
kunde wel waarlijk te doen zijn. Wie vóór den slag-, om, wat ook de uitkomst schade
doet
danken,
te
aan
niet bidden kan' zij,
eigen
zijn
na den slag en
ziel
richt
bederf onder de broederen aan.
ook
Gewisselijk,
bij
en een wakker
beleid
de stembus voegt ons schrander de oogen
uit
Dat hebben
zien.
onze vaderen ook gedaan. Maar toch wat de tegenstanders
meest
het
onze vaderen
in
wat onze vaderen
duchtten,
droeg en hun invloed verdubbelde, het was, kening, zinnige
niet
de bere-
maar een mystieke, een verborgen, een geheimkracht, die in geen notulen te boeken viel, maar
op hen neerdaalde van den God huns vertrouwens.
die
ook
gewassen,
Door
diezelfde
schier
boven onze kracht uitgegroeid, en tot een invloed-
rijke
groep
in
mystieke kracht
ons
te
weer
ook zeer
loor,
in bij
het
voor het min edel van wat,
mystieke kracht
zijn
den lande geworden. niet
het
van u wijke.
Bidt dan, dat die
Want
in
ging die voor
zou onze gerechte straf
zijn,
zoo
En daarom
onbeduidendheid terugzonken.
de stembus die straks geopend wordt
we laat
niet te
uw jaloerschheid recht des Heeren u leiden. Kome niet één woord over uwe lippen. Houd uw hand terug kwam het uit, u een blos op het aangezicht winstbejag,
maar
allereerst
zou jagen. En laat zoo ten einde toe, ook die
wij
ge nu tegen gaat,
uw
hulpe
in niets
bij
de worsteling
anders staan dan
den naam van Hem, die den hemel en de aarde ge-
maakt, en op die aarde ook aan ons Nederland een
plaats,
der eere heeft toebeschikt.
Ik
heb gezegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's