Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 247
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
:
:
23 en welvoeglijkheid. Onlijdclijk was de hoogmoed, de onkunde, de waanwijsheid, de baldadigheid in personen, die oordeelden niets te ontzien te hebben, en op hunne verwanten steunende, zich als zoo vele billijkheid
vorsten rekenden."
')
Vooral Oranje was door deze Regenten met gehoond.
Maar ook de
burgerij
beleedigd, want, zoo vervolgt
schandelijken
was door hen op tergende
trots
wijs
hij
»Niet gemeener in dien tijd dan onbesproken Ingezetenen om het minste misnoegen van een bijzonder Regent of een zijner verwanten tegen hen opgevat, voor Burgemeesters te ontbieden en met onheusche bejegeningen en bedreigingen wederom t'huis te zenden: waarbij dan het scheldwoord
van kerel zeer gemeen was."
-)
Ziehier eenige staaltjes, die
hij
mededeelt
»Een Edelman van een oud geslacht, Lieutenant en dikwijls voorbijgebij bevorderingen, waarop zijn langdurigen dienst hem een recht gaf, vroeg bij het openvallen van zijn Compagnie, om de Kapiteinsplaats. De Burgemeester aan wien hij zich vervoegde, ontfing hem met die verachting, die het toen stijl was bij Regenten, aan alles wat Adel was, of daartoe behoorde, ruimschoots te toonen. Hij begreep dit niet, en als een Landprovinciaal de kaart niet kennende van de toenmalige gesteltenis in ons Holland, haalde tot zijn aanbeveling zijne oude familie en hare weldaden aan 't Gemeenebest bij zijn eigen langdurige verwachtingen op. Het andwoord was: «Gij schijnt u veel te laten voorstaan op uwen adel; gaan
maar
om
u
te toonen,
hoeveel dit weegt
bij
een Burgemeester van Amster-
een stomme mof, !" en gij, mijn Compagnie «Jan, Heer de Edelman, ga nu heen, en vertel uwen heertjens van Adel, dat wij hun Adelquartieren niet noodig hebben, maar dat de post begeven is." Een verachtende lach behoefde zeker dit antwoord niet nog te verbitteren;
dam
.
.
(hier
verscheen),
ik
schelde
men, en
de
maak u Kapitein van
lijf knecht,
die
het bleef in het hart zitten, als met eenen weerhaak, en was dra door heel
het Gemeenebest verspreid."
Een ander
staal
^)
vermeldt
hij
aldus:
»Ik zal hier de Zanelvoortsche geschiedenis van een jong meisjen, geweld-
dadig verkracht en in die gewelddadigheid omgekomen, en in het duin
')
BiLDERDijK, Vad. Gesch., XI,
^)
Ibidem, p. 179.
^)
p.
178.
Ibidem, p. 182.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's