Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 186
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
34
Ook
deze nieuwe toestanden roepen de overheid tot eene hoogst
gewichtige
maar
taak,
eene taak,
tot
zonder
die
de leiding van
hoogere beginselen voor geen zuivere omschrijving en uitvoering vatbaar
Want
is.
als
wij
bij
de regeling der nieuwe verhoudingen
ons niet door vaste, betrouwbare beginselen laten leiden, slingeren tusschen conservatisme
wij
en socialisme,
Nog
zijn
tusschen
den
die
er,
opdragen en
willen
staat
de
Maar deze
overlaten.
en radicalisme, tusschen individualisme en democratie
aristocratie
de
slechts
maatschappij
van
rol
heen een
aan
geheel
en weer.
politie-agent
zichzelve
willen
richting onderstelt eene optimistische gedachte
aangaande de menschelijke natuur, die ieder oogenblik door de werkelijkheid
weersproken wordt;
ook
onderdrukking der zwakken,
hier
tot
egoïsme geleid. Aan de andere
taalste
opgetreden,
socialisme
zijde
staat
heeft
triumf van het bru-
tot
daartegenover het
is
de gansche taak der maatschappij op
dat
de schouders van den
van den
neutraliteit
staat wil
leggen en gene
in
dezen wil laten
opgaan. Daar wordt de staat aan de maatschappij, de maatschappij
aan den individu opgeofferd;
hier
wordt
de individu verslonden
door de maatschappij, en de maatschappij met den
Tusschen deze beide richtingen
zelvigd. lijk,
tenzij
houdingen
in
indien
niet
zij
menschelijke
de
en
klassen,
zij
samenleving laten laten
zich
zich eerst in groepen,
komen
vereen-
teruggaan en daardoor de ver-
door zulke beginselen
belichamen
leiden, in
ideale beginselen
tot
zij
staat
geen verzoening moge-
is
dan
bepalen.
Want
beheerschen en
in partijen,
daarna
zoo steedo scherper en vijandiger tegenover
elkander te staan.
Daarentegen
stellen
de Christelijke beginselen ons
zulk een klassenstrijd, die een van
het
heden
volksleven
kracht
weerstaan.
te
partijen;
zij
dage
ten Zij
toch
in
de ernstigste gevaren bedreigen,
staan
met
hoog boven
vormen eene wereld van
ideeën,
die
staat, is,
welke
beshstheid
en
om en
buiten
de
voor staat
en
maatschappij, voor overheid en volk, voor ouders en kinderen, voor vrijen
en
normen houden;
dienstbaren,
dienen, ze zij
zijn
een volk met die
allen,
,
al
rijken
en voor
alle
menschelijke verhoudingen tot
onderling afbakenen en met elkaar in verband
.geestelijke zijne
machten", die heel het organisme van
instellingen
en armen,
en
geledingen beheerschen en
aanzienlijken
lage standen het besef inprenten, dat
zij
en geringen, leden
zijn
en elkander tot stut en steunsel zijn aangewezen.
hooge en
van het geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's