Gomer voor den Sabbath - pagina 196
„DES SPOTS VEEL TE ZAT.
192
tegendeel te worden omgezet. En zoo wordt het woord o^ 's menschen lippen een wapen iegen God en menschen om te vloeken en God te lasteren om te tieren en te morren om te schelden en te schimpen om te hoonen en te kwetsen door bitterheid en spot. Een vreeslijk wapen omdat er geen schild tegen beschermt. Het dringt in u, eer ge er op verdacht zijt. Verraderlijk overvalt het u. En ge hebt giftige wonden beet, eer ge zaagt, wat dolk tegen u wierd opgeheven. o, De spot vlijmt zoo diep en zoo snerpend, zoo wreed en ,
,
,
,
,
zoo wee! Hij grijpt u in het merg van uw ziel en van uw wezen aan. Hij tot in den wortel van uw aanzijn. Spot ontzenuwt, ontmant
kerft
en ontzielt. En dat wetend, heeft Satan juist daarom vooral dat snijdende, giftige wapen van den spot tegen Christus en zijn volk opgeheven. Tegen den Christus, toen Hij stierf op Golgotha, toen ze Hem tergden en hoonden aan het kruis. En eveneens tegen zijn volk tegen zijn kerk, tegen zijn martelaren en kruisdragers. Altoos dat giftige wapen van den spot, of hij ze ook ten val en van het geloof af kon brengen omdat God ze niet uithielp. Want dat is de spot, die dan tegen Gods volk gaat: „Gij Gods lievelingen! en ziet, wij triomfeeren over u! Gij Gods gunstgenooten en ziet, hoe wij u in uw onbeholpenheid den voet op den nek zetten, en onze lach zich verzadigt en dronken drinkt uit de aanschouwing van uw armelijk aanzijn, en zich vermaakt met uw leed!" Altoos weer dat duivelsch geroep „ Ha ha waar of nu wel hun ,
,
!
:
God mag
zijn
,
"
!
Zoo groeit de spot in het zeer doen , kwellen , beschimpen en uitlachen, tot ge recht diep gekweld, gekwetst en gewond zijt, en de spotter ziet, dat het gelukt is, u verdriet aan te doen; zoo te verdrieten , dat ge zelf bitter en boos wierdt ; ja , of het gelukken kon, om ook u aan het schimpen te brengen. En dan hebben ze eerst recht volop schik in hun duivelsch bedoelen; want u óók u ook bitter te maken is hun zaligste wellust. Immers dan klimt het genot der spotzucht tot de hoogste
driftig
,
,
hitte,
u in uw macheloos wezen voor zich hebben, en dan in die machteloosheid tot woede kunnen tergen.
als ze
En daarom klaagt Gods volk uit de diepte van het gewonde zijn des spots veel te zat/ hart, en roept het uit: Want, dat spreekt vanzelf, een kind van God is niet opeens door den spot vermand. Als die spottende, sarrende, tong pas begint, dan weet Gods kind wel: moei ik op mijn hoede zijn ^^n
We
Nu
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's