Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 134
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
DE MEIBOOM en bouwlieden
Immers
heen.
er
nog
niet,
niet
de
dakpannen nog aanbrengen,
nog op het
sloten
niet
Er was nog,
kozijnen
nog
niet.
Nog dagen
het schouwtje.
in
nog
bewoond
schutting stond er nog o,
op
alle
om
zooveel
verdiepingen
De deuren
inzetten van het vensterglas.
hadden hun grendels en vuur
De
loodgieter moest de goten, de pandekker de
De
doen.
wachtten
het huis kon
af.
de trap erin ontbrak nog.
Zelfs te
dorp mocht meevieren.
stond nu in de kap.
daarom nog
Het was
worden. aan
uit in het feest, dat heel het
de Meiboom
:
Men was
DE KAP.
IN
en
Er brandde nog geen
weken zou
er
werk aan
zijn, eer de bewoner er met vrouw en kroost in kon trekken. Maar dat alles was na- en bijwerk. De hoofdzaak was nu dan toch gereed, het huis met zijn muren en binten stond er nu dan toch, en dit gaf den jubel en dit deed oud en jong uit één mond juichen. Juist om zich voor den meerderen arbeid die nog te
doen stond met
te frisscher
moed op
te
maken, wilde men eerst
het hart eens te goed doen aan de voorhands verkregen uitkomst.
Dat moest men uitzingen, maar dan moest men het ook z/e/2 laten, en daarom werd dan de Meiboom voor den dag gehaald, want de
Meiboom zou
bloei
schoon
het
vertolkte
Nu
schitteren.
begin
van wat straks
in vollen
pas muren en kap, maar daarin dan
toch de profetie van het gezellige huis, waarboven straks de schoorsteen zou rooken.
voor heel het dorp
En daarom de Meiboom moest in de kap, om Zóó ver zijn we, maar ook om de te zeggen :
Het afgewerkte huis komt zeker. En behoef ik u nu nog de toepassing te geven ? Wij immers ook bouwlieden. Zooals het Israël verging, zoo is het ook profetie uit te jubelen
:
zijn
ons.
we uit het diensthuis worden uitgeleid. dolende jaren in de woestijn doorgebracht. onze we Toen hebben Maar eindelijk kregen we dan toch onze eigen erve onder den vergaan.
En toen
voet.
een
Eerst moesten
paleis,
zijn
ook
wij aan het
bouwen gegaan.
Niet van
noch van een huis onzer verlustiging, maar van het Het zou een
huis der opvoeding voor onze gedoopte kinderen.
tempel de
der
moed om
eere zijn:
De
glorie der vrije school.
dat destijds aan te durven en hard
is
Hoog stond de
strijd
ge-
Groen van Prinsterer weest, om het door te zetten. schonk God ons een zoo geniaal ontwerper van de hoognoodige
Maar
plannen.
Gave na gave
vloeide.
in
Al het volk onder ons
werd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's