Gomer voor den Sabbath - pagina 108
„SCHULDIG ELKANDER LIEF TE HEBBEN."
104
UW
liefde waardig zijn, en die door u uitverkorenen, die zullen dan op uw liefde kunnen rekenen. Uw wilskeuze zal hier de uitverkiezing doen. Gij zult de persoon zijn, die uitkiest, wie voorwerp van uw liefde zullen zijn. Kortom in uw liefde wilt gij op een troon zitten; gij de vrijmachtige beschikker zijn; koninklijk als koning in uw liefde heerschen. En dit nu is op en top Pelagiaansch. De vrije wil is de haan op den toren. Maar met zulk een liefde kunt ge dan ook voor God den Heere en zijn Woord geen oogenblik bestaan. In de Heilige Schrift toch zegt de Heere: Ik, uw God, kies uit, Ik, uw God bepaal, wie tot het lichaam des Heeren zullen behooren. En op u en een iegelijk, dien Ik in dat lichaam invoeg leg Ik als uw God den heiligen plicht, dat gij saam eikanderen ,
zult liefhebben. is niet iets, wat God aan uw hart zegt uitdrukkelijk „ Gij zijt schuldig om elkander lief te hebben." Let wel: „elkander", wat volstrekt niet beduidt, dat ge er zoo enkelen uit zult kiezen, en dat gij dan die enkelen, en die enkelen u zullen liefhebben. Neen, elka?ider liefhebben beteekent in de pen van den heiligen apostel,
Dit
dan niet liefhebben Neen de heilige apostel
al
vrijlaat.
dat
kinderen Gods schuldig hebben.
alle
lief te
:
,
zijn alle
andere kinderen Gons
De Heilige Schrift wil, dat gij erkennen zult: „Deze personen, hoe onaangenaam en afstootend ook in zichzelven, heeft God de Heere uitgekoren en verwaardigd, om ze met zijn liefde te begiftigen.
En omdat God
moogt
den neus
gij
gezicht
schillig
bij
en hun wederkeerig
liefde prijs stellen
Zoo ge
dit
met zijn liefde begiftigt, hen optrekken, of met een onverhen voorbijgaan, maar 7noel gx] ook op htm
nu
Om
uw
liefde
deze reden
er
ook van op-
niet.
goedgevonden deze personen
heeft
geven.
dan hebt ge, hoe ge Heere uw God niet lief.
niei doet,
geeft, toch wezenlijk den
Uw God
ze, evenals u,
niet voor
uit te
verkiezen. Hij
was daartoe de Vrijmachtige. Hem beliefde dit zoo. Hij heeft ze u als voorwerpen van uw liefde gegeven en beschikt. En dat wel, overmits zulks zijn heilig Goddelijk en koninklijk privilege is.
Immers omdat keuze,
en
is
werpen van
En maar
als gij
ik
zal
Hij,
uw
God is, is Hij, en Hij alleen, vrij in zijn uw God, gerechtigd, te bepalen, wie de voor-
Hij
liefde zullen zijn.
dat recht
nu aan uw God betwist, en volhoudt: „Neen, lief zal hebben." dan randt gij
zelf bepalen, wie ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's