Gomer voor den Sabbath - pagina 150
„IN EEN EERBAAR GEWAAD."
146
mag niet. Wat God vereenigd
Dit nu
de mensch niet scheiden. Ge zijt en lichaam. Ge bestaat niet anders. God schiep u zoo. En al klaagt ge nog zoo bitter over de slavernij waaronder dat „ lichaam des doods " u doet gebukt gaan altoos moet er ook voor dat lichaam de juichtoon op volgen: „Ikdanke God door onzen Heere Jezus Christus " Hij is ook een „ Behouder des lichaams ". Ook dat lichaam is door Christus tot den prijs van zijn bloed gekocht. Eens zal Hij ook dit niet
ziel,
maar
gij
heeft
zijt
,
zal
ziel
,
!
uw sterfelijk lichaam aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk maken. En onze kerk schreef zoo roerend schoon boven het voorportaal van haar Catechismus, dat „Christus eigen te zijn" troost biedt; indien het zijn mag, in leven en sterven 7net lichaa?n e?i ziel het eigendom van Christus te wezen. Hiermee is dus niet enkel de kastijding van het vleesch en de monnikspij maar ook elke verwaarloozing van het lichaam geoordeeld. En een Christen gaat een weg van zonde op, zoo hij het beneden zich durft achten, om ook aan spijs en drank, aan kleeding en deksel, aan zijn huis en hof, en ook aan zijn geldelijke aangelegenheden, een stuk tijds, een deel van zijn kracht en een zekere mate van zijn inspanning te wijden. (Pz'^rgeestelijkheid is ^//geestelijkheid. Te willen zorgen voor de ziel, als had ze geen lichaam, is zorgen voor een ziel, die niet ,
bestaat.
Toch ontleene Gods kind hieraan nooit ook maar van verre een vrijbrief, om, overslaande in het tegendeel, nu weer de wereld achterna te hunkeren, en de ziel op éen lijn met het lichaam, of zelfs bij het lichaam achter te stellen. Dat mag evenmin
Uw
uw
!
leven blijft altoos hoofdzaak^ en nooit het lichaam anders gelden dan als dienend instrument. Vandaar dat Jezus' heilige apostel er zoo op aandringt, dat een kind des Heeren zelfs tot in zijn kleeding toe des Heeren zal zijn. Ge zult geen naaktlooper zijn, zooals de razende dolheid der Wederdoopers het eens wilde. Ge zult geen slordige plunje aanschieten, zooals de valsch- mystieke dweper het zich veroorlooft. Maar ge zult nog veel minder als een pronkende pauw rondloopen. Neen, ge zult u kleeden in een eerbaar gewaad. Die eisch van eerbaarheid voor uw gewaad ligt in den oorsprong van alle kleeding; want vergeet nooit, dat alle kleeding haar oorsprong vindt in de zonde; dat in het Paradijs, waar geen zonde was, van kleeding geen sprake viel; dat eerst uit de zonde het bewustzijn van naaktheid en schaamte sproot; en dat in het Kanaan ziel,
geestelijk
mag
daarboven geen ander dan een lichtgewaad denkbaar is. Zelfs de ruwheid van den dampkring, die ons de noodzakelijkheid van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's