Gomer voor den Sabbath - pagina 126
„DE ONGERECHTIGE MAN
ZIJN
GEDACHTEN.
Hij heeft recht op u in uw loop door de wereld; maar eveneens recht op u bij uw wandelen langs de paden uws harten. En daarom, als uw God u tot bekeering roept, dan zegt zijn Woord niet enkel: „De goddelooze verlate zijn weg," maar volgt er terstond op: „^;/ de ongerechiige ma?i zijn §^edachten." „Nu zijn die „goddelooze" en die „ ongerechtige man" niet twee personen. Het is éénzelfde persoon, die een y^&g naar buiten en een weg naar binnen heeft. En het is tot dien mensch met zijn dubbele wereld en met zijn tweeërlei weg, dat het woord uitgaat: „Ge moet af van den weg der goddeloozen in de wereld buiten u; maar ook af van den weg der ongerechtigheid in uw eigen gedachten."
Hier
zit
veel in.
Dit weet ge toch ook wel, hoe verrukt onze ziel reeds is, als ze alvast in den uitwendigen weg overwon; en een ondeugd ingetoomd; een zwakke stee in ons karakter bewaakt; een leelijke gewoonte bestreden; een booze toeleg verijdeld wierd. o, Als er eens ontkomen aan de macht der zonde is, dan jubelt het reeds zoo dankbaar van binnen. De zonde is zulk een ontzettende „drijver". Zijn geeselkoord is zoo scherp en zijn striemen gaan zoo diep. De zonde dwingt zoo en spot zoo met alle beter voornemen. En als er dan eens genade komt, en de zonde lel het af, en wij ontkwamen den strik, om als een vogeltje vrij uit te vliegen, dan zong ook onze ziel, als het vogelkijn zoo blij, haar lied, het lied der verlosten. En daar dingen we niet op af. Het is melodie in het oor van den Heilige daarboven als dat lied der bevrijding weer langs de velden klinken mag. Alleen hierop komen we maar, dat ge er hiermee nog niet van af zijt, en dat het u niet baat, of ge het wint in het leven, zoo ,
ge het
aflegt in
En nu
uw
hart.
de moeilijkheid hier groot. Tot onzen dood toe blijven we hetzelfde onreine beginsel in ons omdragen. De poel der ongerechtigheid gaat in onzen laatsten ademtocht, maar ook dan eerst, van ons af. Tot dien tijd blijft het dus altoos onder den bodem van ons hart een gevaarlijke toestand. Hoe goed ook die bodem geplaveid zij en hoe sekuur ook de opening van den poel der zonde dicht zij geschroefd, altoos blijft die poel er toch onder, en het onreine gas der zonde is zoo aldoordringend, dat het door de hechtste afsluiting toch doorkomt. Satan blaast in die gassen, en daardoor hebben ze zoo doordringende kracht. Soms zelfs slaat plotseling ,
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's