Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 44

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 44

3 minuten leestijd

„MIJNE ZIEL

40

IS

VOOR U ALS EEN DORSTIG LAND!"

Maar hier houdt de gelijkenis dan ook op. Want wat bij het dorstige land nooit kan, dat kan bij u, en moet bij u. De landman kan wel voelen , dat het land dorst al weet het dat zelf niet, maar hij kan nooit zijn gevoel van dorst aan dien ,

akker meêdeelen. dat nu kan uw hemelsche Landman wel en dat doet Hij. Hij komt door zijn Heiligen Geest in dat dorre hart, in die dorstende ziel in en geeft haar uit genade besef van dorheid kennis van haar dorren staat en brengt ze er ten leste toe dai ze zelve haar dorst gaat bekennen. Daar wacht Hij niet op. Hij is niet wreed, om als Hij een ziel als een dorstig landvoor zich ziet liggen te toeven en te beiden tot tijd en wijle ze zelve haar dorst bekennen gaat, om ze eerst daarna te bevredigen. o, Als de Immanuel zóo met met ons handelde, dan kwam er nooit éen enkele malsche drop op haar dorheid neder. Neen, neen, Hij voorkomt haar. Hij weet, dat ze uit zichzelve tot den einde toe even stom en onwetend als een dorstig land blijven, en nooit om die droppelen der genade roepen zou. En daarom komt Hij in zijn genade niet eerst dan tot u, als gij bekennen zoudt: „Ik verkwijn van dorst," maar breidt Hij zich naar u uit, terwijl gij meent niet te dorsten, en bij uw gebroken waterbakken in koortsachtige overprikkeling veeleer droomt dat de volle waterstroomen om u heen ruischen. Israael wist ook niet, dat de dorst zijn leven bedreigde. Hij wist niets. Hij lag in heete koorts bedwelmd. Maar de Immanuel kwam tot Ismael, en Hij wees Hagar de bron.

En

,

,

,

,

Weg daarom met dat valsche zeggen alsof in ons het besef van dorst zou zijn, en alsof de Heere eerst op ons roepen uit de dorstige ziel, die dorstige ziel verzadigen zou. Heel omgekeerd spreekt de Heere hem, die zoover kwam, dat hij dorsten kan, reeds zalig. Want dat kennen van uw dorheid, dat besef van dorst is reeds genade. Dat was niet uit u, maar kwam u toe van boven, o. Wie maar zoover is, dat hij dorsten mag, die is er. Want als er maar een waarachtig dorsten mag zijn, dit wordt gelescht, zoo waarachtig als de Heere een Ontfermer is. ,

Bedrieg u dus

niet.

Zeg niet: Ik ben als in Psalm 42, en mijn ziel schreeuwt naar den levenden God, gelijk een hert dorst naar de waterstroomen, maar de hemel houdt zijn regen in. Neen, zoo is het niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 44

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's