Gomer voor den Sabbath - pagina 85
„KOMT TOT DE
BRUILOFT."
8l
Men
stelle zich de zaak wel voor. Als zulk een Oostersch vorst een huldigingsfeest in zijn hofstad vierde, wierden er machtige maaltijden aangericht, waarbij soms tien è, twintig duizend personen aanzaten. Nog onlangs heeft Ruslands Czaar in Moskou meer dan zestien duizend genoodigden aan
open tafels gespijsd. Daarvoor wierden
de noodigingen verzonden aan de oversten der koninklijke heirscharen, aan de regenten van steden en dorpen aan de vertegenwoordigers en de besturen van alle instellingen, inrichtingen en genootschappen. Heel het land moest op zulk een dag vertegenwoordigd zijn. Maar dan moest men het voor zijn Vorst ook over hebben, om een tijdlang uit zijn bezigheden te gaan, om de lange reis te maken, om saam op te trekken naar de hoofdstad, en bovenal, dan moest er enthousiasme, liefde, meeleven in het hart zijn, om zich in de glorie zijns Konings te verheugen. En die genoodigden wilden nu niet komen. Ze achtten de noodiging niet (vs. 5) en hadden het er niet voor over, om hun akker en hun koopmanschap er voor een korte poos aan te geven. erger nog sommigen wilden zelfs niet erkennen konden Ja het niet velen en wilden het niet verdragen dat 's Konings boden van hun Heer spraken, als ware Hij ook hun Koning. En vandaar die boosheid, dat aangrijpen der zendboden, dat schimpen en ten leste die moord. De Koning moest met zijn leege tafels voor spot blijven zitten. Dat was hun toeleg. Dat het geheime leedvermaak, waarop ze zich voorbereidden. En nu het liep anders uit. Toen de genoodigde vertegenwoordigers en hoofden weigerden liet de Koning al het volk roepen uit zijn hofstad. En die stroomden bij duizenden het feestterrein binnen. En zoo ging toch de bruiloft door. En zaten toch de duizenden bij duizenden aan. En was er toch voor den Koning eere, en schitterde zijn glorie in zijn hofkring. Maar dit lag aan hen niet. Dit was tegen hun bedoelen. Zij hadden hun Koning smaad voor eere toegedacht, en daarom hadden ze geweigerd. ,
,
,
,
,
,
,
Zoo komt uit wat Zoo ziet ge aan
in ons hart school.
dit woord van Jezus, hoe bitter en diep de haat en vijandschap tegen Gods eere zit ingeweven in het weefsel onzer zonde. Neen, van nature gaat niemand ten hemel in. Niemand door de enge poorte maar ook niemand ter bruiloft op. Of ge het hard, dan of ge het lieflijk voorstelt, ons boos hart ,
6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's