Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 167

2 minuten leestijd

„HET ONGOEDERTIEREN VOLK."

163

die den hongerige niet zonder brood van hun deur wegzenden; die bij het zien van anderer smart zelven smart gevoelen; en het weenen met de weenenden verstaan. Engelen der die ge meest onder de geloovigen maar toch ook vertroosting onder de ongeloovigen vindt. Gevoeligen van ziel, in wie de toon van het menschelijk hart zijn weldadigen klank blijft geven. Soms dat meer weekhartigheid, dan de te zeer enkel gevoelslieden geestkracht eener heilige liefde hen drijft. Maar toch ook in dien eenigszins ziekelijken vorm goedhartigen van inborst, die, o, zooveel tranen gedroogd hebben en temidden van het hebzuchtige en o zoo zelfzuchtige leven u vaak met uw geslacht hebben

-ellendige;

,

,

,

,

,

,

verzoend.

Maar, helaas, zoo is de groote menigte niet. De gemeene lieden •worden zelden diep geroerd. Bij het zien en het hooren van menschelijk lijden sluipt er even een trilling door hun gevoel. Vluchtig worden ze een enkel oogenblik bewogen. Maar dan heeft het ook uit. Tot een eigenlijke aajidoe?iing zelfs komt het maar hoogst zelden. En om zich anderer lijden aan ie trekken hebben ze het te druk; deden ze te veel teleurstelling ook in het medelijden op; en wat ook iets zegt, hebben ze te zeer genoeg en te over aan hun eigen leed. En zoo ontwikkelen ze in hun ziel de ontferming niet. Het zoet der barmhartigheid is o zoo zelden en dan nog maar even hoogst oppervlakkig, door hen gesmaakt. ,

,

,

Toch

is er nóg erger. ook een „<7«goedertieren volk" op aarde. Hardere naturen die zelfs die eerste trilling van het medelijden niet kennen en eer in hun boos en bitter hart in anderer leed vermaak scheppen. In den diepsten grond van hun hart ontevreden met eigen lot, verbitterd tegen het leven om zich heen, is het hun een zoet der wrake voor de ziel, als het ook anderen tegenloopt en bij anderen de nood nog banger schreit. Het is of anderer schreiender smart hun lot een oogenblik met een vriendelijker glans bestraalt. Een leedvermaak, vermaak in anderer lijden, is de sombere, booze neiging van hun hart geworden. Zóo bitter, dat ze drang in zich gevoelen om als ze geen

Er

is

,

,

,

,

leed te veroorzaken. Geluk te verstoren is voor dit ongoedertieren volk zoet.

leed

zie?t^

Een wonde open

te rijten is

hun

wellust.

Dan vooral geniet dit „ongoedertieren volk", als het zijn hatenden zin koelen kan aan wie voor den Heere koos. „Verlos mij van het ongoedertieren volk!" klaagde de Psalmist in zijn zielsbenauwing, en nóch eer hij zong, nóch na zijn zang, is er ooit een ziel geweest, die voor God riep en voor Jehovah

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's