Eer is teer - pagina 49
45
Zoo
van uw voorgeven,
als
had ook het Liberalisme
uw
U
was
critick,
Ge opbl.
U
En mocht
gemaakt hebbe. wat
dan
komt,
deden mijn
dat
wat achter hun optreden
voor
ligt,
engeren
in
reeds
ik
555
stille
helderder
iets
niet alles
laste
ten
zin
met wat
zij
zelven
acht; en voorts dat ze
genoegzaam gewonnen
pleit
de
mij
tegenwerpen, dat toch
Liberalen
antwoord,
mijn
zij
thans voor het minst
Gij
de
aan
opsomde,
ik
Gun
volmaakt helder".
niet
hoop, dat mijn toelichting het
is
Religie aan de
>.de
Belijders overgelaten." Mijn tegenstelling, zoo schreeft
van
aan
Heer, wat er
Hoog EdelGestrcnge
Gijzelf dus,
ziet
ook
niettemin de volle verantwoor-
delijkheid dragen, in zooverre ze èn den wissel der Synodale orga-
èn dien van de Schoolwet
nisatie
Korter kan
aan de
lijkheid
omdat
niet,
ook
en
bij
uw
Gij
dat
De
heb.
cndosseerdcn.
>;Overlaten der zede-
uw degen de
nimmer hoop
ik
")
te
mijne
zelfs
verdedigen
Deputaten vergadering noch be-
toespraak op de
gezegd
man
protest tegen het
bestrijdt,
iets
één
Hier toch raakt
conseientie'.
mijn
in
noch
doeld
zijn
ik
als
Overheid,
zoo voert
Gij
mij
tegen,
maakt wetten op den persoonlijken eigendom, op het huwelijk en op
nulliteit
van
contracten
mocht de Overheid
dit niet,
ter
oorzake van onzedelijke bedingen;
dan zou
eenvoudig geen wetgeving
er
een wetgeving, die met het menschelijk leven in aanHierover nu verspil ik raking komt, onderstelt zedelijke overtuiging. geen woord. Wat ik zoo straks over de verplichting van de Overheid,
mogelijk
om
zich
zijn
bij
;
—
haar regiment aan den wil wan
schreef, bewijst voldingend, dat Gij mij hier ik beslist
verwerp. Slechts teeken
ik,
brengt, ook hier even aan, hoe Gij zedeleer
als
richtsnoer
tegen
uw autonome,
ging,
de
het ') zij
als
zal
nu wilt,
God
uit
te
Voor uw opmerking,
het mij veroorloofa
U
Gij dit
toedicht, die
punt toch
ter
sprake
kiezen, terwijl wij. Antirevolutionairen,
het kruiend oe verzand wisselende, overtui-
spreken,
als
dat de Minisier te
onderwerpen,
dat de Staat een autonome
onveranderlijke beginselen stellen van
krasser
te
een meening
Gods
wet.
Of om
de volgelingen van Van Houten, Mackay
Art. 23 in zijn
ontwerp
niet schrapte,
verwijzen naar de Standaard van 10 Juni 1889.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 70 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 70 Pagina's