Gomer voor den Sabbath - pagina 81
„ALS EEN LAM TER SLACHTING GELEID
"
77'
!
Maar dit is slechts de bast en niet de kern, niet het pit van het mysterie des lijdens. Ook buiten het lijden, dat ons door de natuur overkomt, is er een lijden, dat van mensch op mensch loert, en in de menschelijke boosheid het venijn, dat Satan naar ons spuwt, voelbaar maakt. Er is bang verdriet dat moet doorworsteld wreede teleurstelling waaronder het menschenhart te zwoegen heeft; schriklijke weedom des harten waaronder de matte ziel heeft weg te zinken. En dan is er heel dat heirleger van opzettelijke kwelling in laster, hoon en krenking; straks in het spuwen op iemands gelaat, en voortgaande tot in het aangrijpen van het lichaam, met allerlei geeseling en kwelling tot in den dood, ja, in den dood des kruises. En als ware het nog niet genoeg, dat alles nog verergerd door lastering en kruis saam te voegen en den armen mensch onschuldig te doemen en als onschuldig gedoemde over te leveren aan aller verachting en hoon Dat is het eigenlijke, dat het de ziel gansch ontroerende lijden. Een lijden, dat ons prikkelt, maar in zijn prikkeling de ziel vergiftigt, en u prikkelt niet tot mannenmoed en oefening van wilskracht maar tot weerwraak bitterheid en haat. ;
,
,
,
,
,
,
En nu
hier de proef. Oefent het lijden op u die prikkeling en laat ge die prikkeling doorwerken zoo brengt het u geheel ten onder. is
,
Maar ook, weet ge
die prikkeling van Satans venijn te weerstaan en, weerloos als het lam, zulk lijden over u te laten komen ,, dan triomfeert ge.
Het
allerdiepste pit
van
dit lijden
nu
heeft Jezus en Jezus alleen
in al zijn bitterheid gesmaakt. Niet, omdat er niet wel menschen zijn, die
men erger gemaro. Tal van martelaren en martelaressen hebben veel schrikkelijker barbaarschheden geleden. Vooral in Japan leden de Christenen zoo ontzettend. Maar merk er wel op, de bitterheid van dit lijden neemt toe, niet zoozeer naar evenredigheid van de verscherpte marteling, maar naar gelang van de zielskwelling. Het is het onsc/iuMg- Uiden dat hier het vlijmen verdiept. En hierom kon alleen Jezus dit lijden peilen in al zijn ontzettende diepte. Wij lijden nooii onschuldig. In aller zonde ligt onze eigen zonde ingeweven. De boosheid, die tegen ons losbreekt, is onze eigen boosheid, ons beloerend en belagend uit anderer hart Het is de algemeene haat, die uit de zonde opkomt, en waarin we allen teld
heeft,
,
verwikkeld
Maar
zijn.
hier was de reine, de heilige, de onzondige, de schulde-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's