Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den sabbath - pagina 101

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den sabbath - pagina 101

2 minuten leestijd

»DOOR ZIJNS ZELFS OFFERANDE."

59

Alle schepsel, dat niet in dien volsten zin, een offerande zijn God is, verkeert daardoor in een toestand van zonde. Hij rooft en ontsteelt aan zijn God een deel der offerande, die Hem toekomt. Al onze zonde, al onze boosheid schuilt juist daarin, dat

voor

onze wereld, dat ons geslacht, dat ons land, dat onze stad of ons dorp, dat ons huis of ons kind of onze eigen persoon weigert een offerande voor den Heere onzen God te zijn.

Slechts

zooverre wijkt de zonde, als er door genade

in

weer willigheid

tot offerande

onder ons en in ons geboren

wordt.

En

de triomf van Gods glorie zijn, dat de toeft, maar nochtans gewisselijk komt,

dit zal eens

doorlachte dag wel

waarin

God de Heere

zal

een

in

eerste

tot

schare,

het rijk zijner heerlijkheid hebben

niemand

tellen kan, die van den meer zullen willen noch dan éene offerande Gode in heel hun

die

den laatste toe

anders kunnen

zijn,

niets

wezen en bestaan.

De

offerande

van ram of var verz inbeeldde

dit wel,

maar

ivas het niet.

Hoe kon het ook? Of als een man in Juda honderd schapen Gode éen

offerde

zijner

"Was het dan

geven?

rammen,

Avas dat

Gode

alleen

om

om

die bezitting, of niet veel

om zijn had God hem dien zijn hart,

persoon

?

?

En

hij

zijn eere

enkel die éene ram, waarop

recht had, of was het niet al zijn bezitting zelf,

had, en

Gode

God

ging het

meer om hem-

Ja^ zelfs dien éenen

ram, gegeven, om tot asch verbrand te worden, of niet veelmeer om voor hem te leven als zijn dier?

Dat kon dus niet anders dan zinbeeld zijn. Of zou God dorsten naar bokkenbloed ? Zou de reuk van een verbrandden var

Hem

welriekend

zijn

geweest?

Alsof niet alle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den sabbath - pagina 101

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's