Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 114
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
10
komst
spoedig te zijn, dat de rijkste kapitalen juist bij deze overgeestelijke broederen hun verkapte schuilplaats hadden geal
vonden. Juist
waren
daartegen waren onze Calvinisten toen ingegaan. Zij
voorop stelden, maar ze weigerden desniettemin zich in de tente der mystiek te laten opsluiten. Niet voor eigen eere, maar om Gods wil bonden zij den strijd aan, Volk en Vaderland ten bate! Maar was het zoo, toen de strijd inzette en hoog liep en de nood drong, nauwelijks was de vrede ons herschonken, of in de eenzijdigheid der Dooperij verzonken ook wij. Niet alsof men aan den Kinderdoop ging tornen. Daar dacht niemand aan. Maar wel trok men zich, achter de Doopers aan, almeer uit 's Lands zaken terug. Land en Volk zou nu aan de machthebbers zijn overgelaten. De leus: „wat de heeren wijzen, wij zullen 't prijzen", lokte echo's van allen kant uit. En waar men, sedert de ure der plichtvergetenheid zelf op afging, was feitelijk niet anders, dan eenerzijds een nietsontzienden dienst van Mammon te huldigen, en daarnaast het zoeken van een mystiek isolement. Zoo ging de adel van het Calvinisme te loor, en de ongaafheid van het Anabaptisme besloop ook onze kringen. In drieërlei groep bezonk toen van deze ongezonde schifting het resultaat. Al spoedig groeide allereerst het aantal aan van hen, die, voor de religie koel en koud geworden, in den slaafschen dienst van den geldgod afdaalden. Daarnaast week even eenzijdig een tweede groep uit, die van de wereld afzag om zich in kleine „Gezelschappen" te verarmen en te vergeestelijken. En tusschen die beide in hield als derde een nog altoos breede groep stand, die wel even gretig als de priesterknaap in Mammon's tempel, met beide handen naar 't goud en zilver greep, maar toch er niet in opging, en zweren bleef bij de Vijf Artikelen van Dordt. Alleen maar, dit ging zonder vastheid van gang, wiebelend nu eens naar de groote Beurs te Amsterdam, dan weer naar de eere der Gereformeerdheid overhellend. Zoo ging het door uit de 1 7^ in de 1 8^ eeuw. De groep der geldmagnaten vervreemde almeer van alle geestelijk leven. Deels kerkten ze nog, maar ze zaten dan in de eerebank onder breeden luifel, gelijk een doove bij een uitvoering van Bach, en niet lang meer of zelfs de deftige „moeder de vrouw" gaf aan En helaas, het vrome volk verloor thuisblijven de voorkeur. het, die het geestelijke steeds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's